Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 22 oktober 2025
ECLI:NL:RBZWB:2025:7151
Werkneemster die zonder schriftelijke overeenkomst voor werkgever heeft gewerkt en daarvoor betaald heeft gekregen, is werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst. Werkgever moet de salarisspecificaties en jaaropgaven aan werkneemster verstrekken.

Feiten

Werkneemster heeft enige tijd voor werkgever werkzaamheden verricht. Daarvoor heeft zij wel betaling ontvangen maar geen salarisspecificaties, noch jaaropgaven. In deze procedure vordert zij dat werkgever die alsnog aan haar afgeeft. Werkgever erkent dat werkneemster werkzaamheden voor hem heeft verricht en daarvoor betaald kreeg, maar stelt dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. Daarom heeft hij nooit salarisspecificaties opgemaakt.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster vordert afgifte aan haar van salarisspecificaties en jaaropgaven. Om die vordering te kunnen toewijzen moet worden vastgesteld dat zij werkneemster was van werkgever en dus werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst. Werkgever wijst op het ontbreken van een schriftelijke arbeidsovereenkomst en het feit dat werkneemster geen vaste uren werkte maar flexibel werd ingezet. Maar de omstandigheid dat de voorwaarden voor het werken bij werkgever nooit schriftelijk zijn vastgelegd sluit het bestaan van een arbeidsovereenkomst niet uit. Een arbeidsovereenkomst kan ook mondeling worden aangegaan en behoeft gaan vast aantal uren te betreffen. Dat werkneemster als zelfstandig onderneemster voor werkgever heeft gewerkt, is weinig aannemelijk en kan ook niet worden vastgelegd. Werkneemster betwist deze suggestie en werkgever onderbouwt zijn stelling ook niet met bijvoorbeeld orderbonnen, facturen of een uittreksel uit het handelsregister waaruit zou kunnen blijken dat werkneemster een onderneming drijft. Dit argument strookt ook niet met de toezegging van werkgever dat hij werkneemster financieel zou compenseren zodra de Belastingdienst aan werkneemster een naheffingsaanslag voor loonbelasting en premies zou opleggen. Opmerkelijk is verder dat werkgever ter afwering van de vorderingen in deze procedure voor het eerst aanvoert dat er tussen partijen geen arbeidsovereenkomst heeft bestaan. Voorafgaande aan de procedure heeft hij wel meerdere keren gereageerd op aanmaningen van werkneemster – ook die waarin nadrukkelijk gewag is gemaakt van het bestaan van een arbeidsovereenkomst – maar daarbij heeft werkgever dit argument nooit gebruikt. Niettemin stelt hij in zijn schriftelijke verweer dat werkneemster werkzaamheden voor hem heeft verricht en daarvoor elke maand betaald kreeg en erkende hij ter zitting dat hij eerder aan werkneemster heeft toegezegd de salarisspecificaties en jaaropgaven aan haar te verstrekken zodra er een schriftelijke arbeidsovereenkomst zou zijn. Op grond van het bovenstaande wordt geoordeeld dat de relatie die tussen werkgever en werkneemster heeft bestaan aan de voorwaarden van een arbeidsovereenkomst voldoet. Werkgever zal daarom de salarisspecificaties en jaaropgaven aan werkneemster moeten verstrekken.