Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemers/Securitas Beveiliging B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 26 november 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:13812
Beveiligers zijn als conducteur tewerkgesteld. Werkgeefster doet beroep op een uitzonderingbepaling in de cao Particuliere beveiliging. Wel of geen loonsverhoging?

Feiten

Werknemers zijn oorspronkelijk bij G4S in dienst getreden en werden te werk gesteld bij RET N.V. (‘RET’), het bedrijf dat het openbaar vervoer met bus, tram en metro verzorgt in de metropoolregio Rotterdam. Met ingang van 1 januari 2010 is de dienstverleningsovereenkomst tussen G4S en RET tot een eind gekomen. In december 2009 hebben werknemers een informatiebrief ontvangen met als bijlage de arbeidsovereenkomst van Securitas Beveiliging B.V. (hierna: Securitas), waarin de functie van beveiliger is genoemd. De cao Particuliere beveiliging (VPB) is van toepassing op de arbeidsvoorwaarden en niet het arbeidsvoorwaardenreglement voor de conducteur die in dienst is van Securitas OV Services B.V. Ook is vermeld dat als de cao VPB afloopt werknemer de vrijwillige keuze mag maken of hij onder de cao VPB  wil blijven vallen of dat hij kiest voor het arbeidsvoorwaardenreglement van de conducteur. Op 1 januari 2010 is tussen Securitas en RET een dienstverleningsovereenkomst tot stand gekomen. Werknemers voeren geen beveiligingswerkzaamheden uit. Zij ontvangen dezelfde arbeidsvoorwaarden als de Securitas-collega’s.  Na jaren doet Securitas een beroep op de uitzonderingsbepaling van artikel 3 lid 2 van de cao VPB omdat werknemers normaal geen beveiligingswerk doen. Werknemers komen daardoor volgens werkgever niet in aanmerking voor een loonsverhoging. Werknemers vorderen voor recht te verklaren (i) dat zij aanspraak kunnen maken op de aanspraken uit de cao PBV, (ii) dat artikel 3 van de cao PBV niet op hen van toepassing is en (iii) dat zij per 1 januari 2023 aanspraak maken op de loonsverhoging van 5,56%  op grond van de cao PBV.

Oordeel

Er spelen twee vragen: (1) de vraag of werknemers beveiligingswerkzaamheden verrichten in de zin van de toepasselijke cao (beoordeeld onder de oude dan wel de nieuwe cao), en daarmee of op werknemers de uitzondering van artikel 3 van die cao van toepassing is en (2) de vraag of, als die uitzondering inderdaad op werknemers van toepassing is, zij desondanks – op basis van een bestendige gedragslijn – aanspraak kunnen maken op de arbeidsvoorwaarden zoals die gelden voor werknemers die niet onder de uitzondering vallen.

Vallen werknemers onder artikel 3 lid 2 van de cao?

Omdat werknemers aanspraak maken op loonsverhoging per 1 januari 2023 dient deze vraag te worden beoordeeld op grond van de destijds geldende cao, de oude cao. Artikel 3 lid 2 van de oude cao is van toepassing als je normaal geen beveiligingswerk doet. Nu de cao-partijen geen toelichting hebben gegeven bij artikel 3 lid 2 van de oude cao, geldt voor de uitleg hiervan de zogeheten cao-norm. Naar het oordeel van de kantonrechter vallen de werkzaamheden van werknemers onder de uitzonderingsbepaling van artikel 3 lid 2 van de oude cao. Werknemers hebben onvoldoende weersproken dat zij normaal gesproken (doorgaans, meestal) geen beveiligingswerk doen. Zij hebben niet weersproken dat zij als conducteur werkzaam zijn en dat de functieomschrijving van conducteur (gastheer/vrouw op de tram) zoals door Securitas is overgelegd op hen van toepassing is. De kantonrechter stelt dan ook vast dat de feitelijke werkzaamheden van werknemers in de eerste plaats zijn gericht op serviceverlening, het verkopen en controleren van vervoersbewijzen en het beantwoorden van vragen en helpen van reizigers. Het feit dat de benaming van de functie van werknemers in de arbeidsovereenkomst 'beveiliger' is en dit ook zo in de personeelsadministratie is opgenomen zoals werknemers nog hebben gesteld, maakt niet dat hun feitelijke werkzaamheden als beveiligingswerk moet worden aangemerkt. De kantonrechter stelt verder vast dat met de inwerkingtreding van de nieuwe cao en de daarin opgenomen toelichting en verwijzing naar functiegroepen in bijlage II duidelijker is geworden welke personen (geen) beveiligingswerk verrichten. De feitelijke werkzaamheden van de werknemers kwalificeren niet als beveiligingswerk.

Is sprake van een verworven recht?

Naar het oordeel van de kantonrechter is er wel sprake van een door de werknemers verworven recht. De kantonrechter slaat in dit verband acht op de mededelingen van Securitas bij aanvang van de arbeidsovereenkomsten en op de gedragingen van Securitas in de periode daarna. Securitas heeft werknemers een arbeidsovereenkomst voor de functie van beveiliger aangeboden en toegezegd dat daarop de arbeidsvoorwaarden van de cao Particuliere beveiliging van toepassing zijn. Werknemers hebben dit aanbod aanvaard. Vervolgens heeft Securitas hen als conducteur (bij RET) tewerkgesteld.  Dit betekent voor werknemers dat artikel 3 van de (oude en nieuwe) cao niet op hen van toepassing is en dat zij met ingang van 1 januari 2023 recht hebben op een loonsverhoging van 5,56%, zoals bij brief van 21 november 2022 is aangekondigd aan alle werknemers van Securitas die niet onder de uitzonderingssituatie van artikel 3 vielen.