Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 31 oktober 2025
ECLI:NL:RBROT:2025:12988
Feiten
Brunel is opgedragen om bewijs te leveren dat zij werknemer voldoende duidelijk heeft geïnformeerd over de inhoud van de wijziging van zijn pensioenregeling.
Oordeel
Brunel is niet geslaagd in haar bewijslevering, maar de kantonrechter vindt wel dat voldoende is komen vast te staan dat werknemer wist dat de eindloonregeling was gestopt en dat voor hem een andere pensioenregeling was getroffen. Meerdere getuigen hebben dit ook verklaard. Werknemer had redelijkerwijze moeten weten dat de nieuwe pensioenregeling niet gelijkwaardig was en dat er dus een gebrekkige nakoming was door Brunel. Werknemer heeft daar meer dan tien jaar niet tegen geprotesteerd. Het beroep van Brunel op de klachtplicht slaagt dan ook. In het tussenvonnis is overwogen dat uit de enkele opmerking in het ontbindingsverzoek van werknemer uit 2006 dat er een compensatie is betaald omdat Brunel jarenlang geen pensioen heeft afgedragen, nog niet kon worden afgeleid dat werknemer wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de eindloonregeling was beëindigd en vervangen door een andere, minder gunstige regeling omdat werknemer zei dat hij ervan uitging dat er in die jaren geen premie was betaald maar dat niet duidelijk was dat de eindloonregeling was beëindigd. De kantonrechter vindt dat na bewijslevering voldoende is komen vast te staan dat werknemer wist dat de eindloonregeling was gestopt en dat hiervoor een andere pensioenregeling bij Achmea in de plaats kwam. Werknemer had dus in 2006 redelijkerwijze op de hoogte moeten zijn van de gebrekkige nakoming en heeft meer dan 10 jaar later pas geklaagd. Dat is te laat. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat Brunel door het grote tijdsverloop is benadeeld in haar bewijspositie, ook omdat veel werknemers die destijds betrokkenheid hadden inmiddels zijn vertrokken bij Brunel en/of zij bepaalde informatie niet meer kan reproduceren en achterhalen. Maar ook wordt Brunel financieel benadeeld. Brunel stelt dat een door haar af te storten koopsom bij een levensverzekeraar (inmiddels) aanzienlijk meer kost dan de hoogte van door werknemer gepretendeerde pensioenschade. Dat zou volgens Brunel 10 jaar geleden anders zou zijn geweest. Werknemer heeft hier onvoldoende tegen ingebracht.
