Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Privilege B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 31 oktober 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:12579
Rechtsgeldig ontslag op staande voet na intern onderzoek. Werkneemster heeft zich bevoordeeld ten koste van werkgever.

Feiten

Werkneemster is op 1 maart 2019 bij Privilege in dienst getreden als teamleader mobiel. Op 12 juni 2025 heeft werkneemster zich ziekgemeld. Bij brief van 17 juli 2025 heeft Privilege aan werkneemster meegedeeld dat kort na haar ziekmelding verontrustende signalen naar voren zijn gekomen over het handelen van werkneemster, die wijzen op persoonlijke bevoordeling. Privilege geeft aan dat als gevolg hiervan een intern onderzoek is begonnen, dat heeft geleid tot vaststelling van ernstige onregelmatigheden, waaronder dat werkneemster zich zes cadeaubonnen heeft toegeëigend, een koffiemachine zonder toestemming heeft meegenomen, gebruik heeft gemaakt van een Beekse Bergen-arrangement en een vergoeding voor schoonmaakwerk heeft laten uitbetalen zonder dat zij dit daadwerkelijk heeft gedaan. Privilege nodigt werkneemster uit voor een gesprek in het kader van hoor en wederhoor waarna werkneemster zal worden geïnformeerd over het definitieve besluit. Op 23 juli 2025 heeft dat gesprek plaatsgevonden. Bij brief van 23 juli heeft Privilege aan werkneemster meegedeeld dat wat  werkneemster tijdens het gesprek naar voren heeft gebracht Privilege niet heeft doen twijfelen aan de juistheid en kwalificatie van haar constateringen en dat zij haar hierom op staande voet ontslaat. Werkneemster verzoekt een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Zij voert hiervoor aan dat het gegeven ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is.

Oordeel

Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven. Daarover wordt het volgende overwogen. Werkneemster heeft erkend (of onvoldoende betwist) dat in ieder geval vaststaat dat zij – zonder de vereiste toestemming van de directeur van Privilege en zonder bijbetaling van haar kant – een weekendarrangement heeft laten omzetten naar een weekarrangement waarvoor Privilege een hoger bedrag aan Beekse Bergen verschuldigd was. Hierdoor heeft werkneemster Privilege voor een bedrag benadeeld ten voordele van zichzelf. Ook staat vast dat werkneemster ter compensatie van de annulering van haar vakantie in de Beekse Bergen een bedrag van € 2.890,40 heeft ontvangen, terwijl die vakantie in werkelijkheid niet is geannuleerd, maar (door haar gezin geheel en door haarzelf deels) wel is genoten. Werkneemster heeft zich dus ook voor dat compensatiebedrag ten nadele van Privilege bevoordeeld. De kantonrechter is hierbij van oordeel dat Privilege (alleen al op deze grond) een dringende reden had om werkneemster op staande voet te ontslaan. Ook heeft werkneemster de onverwijldheid van het ontslag op staande voet betwist, omdat het gebeurde met betrekking tot weekarrangement bij Beekse Bergen in 2023, en dus ruim twee jaar geleden, heeft plaatsgevonden. De kantonrechter is echter van oordeel dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven en dat de dringende reden ook onverwijld is meegedeeld. Uit niets is immers gebleken dat Privilege eerder van de benadeling betreffende het Beekse Bergen-weekarrangement op de hoogte was dan na het onderzoek in juni/juli 2025. Op 17 juli 2025 heeft Privilege de bevindingen van dat onderzoek aan werkneemster gepresenteerd, waarna zij werkneemster op 23 juli 2025 heeft gehoord en op diezelfde datum op staande voet heeft ontslagen onder mededeling van de dringende reden. Privilege heeft dus voldoende voortvarend gehandeld. De verzochte vergoedingen worden afgewezen.