Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ASML Netherlands B.V.
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 4 november 2025
ECLI:NL:RBOBR:2025:7146
Het tijdens arbeidsongeschiktheid heimelijk verrichten van nevenwerkzaamheden bij (auto)bedrijf van vader levert rechtsgeldig ontslag op staande voet op.

Feiten

Werknemer is sinds 3 oktober 2022 in dienst van ASML. In zijn arbeidsovereenkomst is een nevenwerkzaamhedenbeding opgenomen. Hij meldde zich op 9 december 2024 ziek wegens klachten passend bij een burn‑out/depressie. Hij begon beperkt met re‑integratie vanaf eind mei 2025. Op 11 juni 2025 schreef de bedrijfsarts: ‘The limitations in energy, personal (concentration, memory) and social functioning are still present and have only slightly improved’. Begin juni 2025 ontving ASML signalen dat werknemer tijdens ziekte elders werkte voor een autoservice/schoonmaakbedrijf. Uit intern onderzoek bleek dat zijn privételefoonnummer aan dit bedrijf was gekoppeld en zichtbaar werd gepromoot op Google en sociale media. Bovendien was hij (aan de hand van een kenmerkende tatoeage) op een video te zien, terwijl hij werkzaamheden aan auto’s verrichtte. ASML heeft vervolgens aan een onderzoeksbureau opdracht gegeven om een surveillanceonderzoek uit te voeren. Op 12 juni 2025 heeft deze surveillance plaatsgevonden. Uit het rapport van het onderzoeksbureau volgt dat werknemer op 12 juni 2025 de hele dag aanwezig was op de locatie van het bedrijf, dat hij contact heeft gehad met (meerdere) klanten van dit bedrijf en dat hij zichtbaar werkzaamheden heeft uitgevoerd aan (meerdere) auto’s. Op 17 juni 2025 is werknemer uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dit gesprek is hij geconfronteerd met de bevindingen. Diezelfde dag is hij ook op staande voet ontslagen. Werknemer verzoekt onder meer het ontslag op staande voet te vernietigen, stellende dat er geen sprake is van een dringende reden en het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat ASML zorgvuldig en snel heeft gehandeld. Na het interne onderzoek liet ASML direct een gerichte observatie uitvoeren. Het rapport kwam op 16 juni binnen, werknemer werd op 17 juni gehoord en is diezelfde dag op staande voet ontslagen. Dat werkgever eerst een extra verificatiestap zette met een surveillanceonderzoek, staat de onverwijldheid niet in de weg. Vervolgens buigt de kantonrechter zich over de dringende reden. Daarbij kijkt de kantonrechter naar alle omstandigheden in samenhang: werknemer was sinds december 2024 ziek, zijn re-integratie ging met kleine stapjes en volgens de bedrijfsarts waren de beperkingen nog slechts licht verbeterd. Tegelijkertijd was hij intensief betrokken bij het opzetten en uitvoeren van activiteiten in het bedrijf van zijn vader. Die betrokkenheid blijkt concreet uit het actief gepromote telefoonnummer dat hij aannam, uit promotievideo’s waarin hij te zien was terwijl hij aan auto’s werkte, en uit de observatie dat hij de gehele dag op locatie aanwezig was, met klantcontact en zichtbare werkzaamheden — nota bene één dag na het bezoek aan de bedrijfsarts. Dat beeld rijmt, volgens de kantonrechter, niet met wat hij over zijn energetische beperkingen en re-integratiemogelijkheden aan de bedrijfsarts en ASML had verklaard. De rechter kwalificeert dit handelen als ontoelaatbaar. Of er een financiële vergoeding tegenover stond, doet niet ter zake: het gaat om het feit dat de werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid elders werkzaamheden verrichtte, buiten de werkgever om en zonder toestemming, in strijd met het nevenwerkzaamhedenbeding. Daarmee is het vertrouwen ernstig geschaad, temeer omdat hij bij de eerste confrontatie niet volledig open was. Alles bij elkaar genomen vormt dit een dringende reden die een onmiddellijke beëindiging rechtvaardigt. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag wordt daarom afgewezen.