Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 14 oktober 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:5301
Feiten
Werknemer, OR-lid, is sinds 1 februari 2020 als docent LB in dienst bij Stichting Interconfessioneel Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie Regio Amersfoort (hierna: Mbo Amersfoort). De arbeidsovereenkomst geldt vanaf 1 augustus 2022 voor onbepaalde tijd. Op de arbeidsovereenkomst is de cao Mbo van toepassing. In het schooljaar 2023/2024 hebben studenten signalen afgegeven over ongepaste of ongemakkelijke communicatie van werknemer en het opsluiten van studenten in een klaslokaal. Dit was voor de toenmalige leidinggevende aanleiding om werknemer een coachtraject aan te bieden. Vanaf medio december 2023 tot en met medio maart 2024 heeft werknemer een coachtraject gevolgd, dat gericht was op verbetering van de communicatie richting studenten en collega’s. In oktober 2024 heeft een student een klacht over werknemer ingediend wegens het maken van seksistische opmerkingen, het gebruiken van koosnaampjes voor studenten en het uitschelden van studenten. Deze klacht is met werknemer besproken. In december 2024 hebben een aantal collega’s signalen afgegeven dat de communicatiestijl van werknemer de samenwerking en de werksfeer in het team op een negatieve wijze beïnvloedt. Mbo Amersfoort heeft eind januari 2025 ook teamcoaching opgestart. In april 2025 hebben partijen een verbeterplan besproken. Tijdens dat gesprek bleek dat werknemer een eerder gesprek zonder medeweten heeft opgenomen. Daarop is het gesprek geëscaleerd, waarna het gesprek korte tijd is geschorst. Werknemer is tijdens deze schorsing naar de docentenkamer gegaan waar hij het opgenomen gesprek via zijn mobiele telefoon heeft afgeluisterd en hij met collega’s heeft gesproken over het recht om een gesprek op te nemen. Mbo Amersfoort heeft werknemer een schriftelijke waarschuwing gestuurd voor het heimelijk opnemen van gesprekken en het delen van de gespreksopname met derden en voor signalen en klachten van een student en meerdere collega’s over zijn professionele gedrag. In mei en juni 2025 heeft mediation plaatsgevonden, die zonder succes is beëindigd. Mbo Amersfoort verzoekt ontbinding op de e-, g- en i-grond. Werknemer beroept zich als OR-lid op het opzegverbod. In het geval van ontbinding verzoekt werknemer toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding.
Oordeel
Opzegverbod vanwege OR-lidmaatschap
Het opzegverbod vanwege OR-lidmaatschap staat naar het oordeel van de kantonrechter niet in de weg aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Enerzijds omdat werknemer stelt dat zijn kritische inbreng in de OR de belangrijkste reden is voor het verzoek, zonder dat hij dit standpunt onderbouwt, anderzijds omdat werknemer pas eind februari 2025 lid is geworden van de OR. Nu het verzoek tot ontbinding is gebaseerd op gedragingen van werknemer rondom het verbetertraject, waarover partijen al in gesprek waren voordat hij lid werd van de OR, blijkt daaruit niet dat het verzoek een verband houdt met het OR-lidmaatschap.
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding
De kantonrechter is van oordeel dat het heimelijk opnemen van het gesprek met zijn leidinggevenden veeleer een bevestiging is van het feit dat werknemer op dat moment geen vertrouwen (meer) had in het management van Mbo Amersfoort. Mbo Amersfoort stelt dat werknemer de overeengekomen geheimhouding ter zake van de mediation heeft geschonden door zijn e-mail van 16 juni 2025 met derden, namelijk zijn advocaat/gemachtigde, te delen. De kantonrechter volgt - onder verwijzing naar artikel 7.1 Mediation-reglement - Mbo Amersfoort niet in haar standpunt dat werknemer de verplichting uit de mediationovereenkomst heeft geschonden door de inhoud van de mediation te delen met zijn advocaat. Mbo Amersfoort heeft het ontbindingsverzoek subsidiair gebaseerd op de g-grond omdat het de werknemer niet is gelukt zijn gedrag aan te passen, ondanks de hierover gevoerde gesprekken, een herhaald coachingtraject en mediation. Gelet op de inspanningen die Mbo Amersfoort heeft gedaan gedurende geruime tijd, is er naar het oordeel van de kantonrechter wel sprake van een structurele verstoring van de arbeidsverhouding en een voldragen g-grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Herplaatsing ligt niet in de rede omdat werknemer alleen wil terugkeren naar zijn team. Omdat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op verzoek van Mbo Amersfoort en de ontbinding niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van werknemer maakt werknemer aanspraak op de transitievergoeding. De kantonrechter ziet geen aanknopingspunten om te concluderen dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Mbo Amersfoort. Het verzoek om toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen. Het einde van de arbeidsovereenkomst is bepaald op 1 december 2025.
