Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 8 december 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6708
Feiten
Werknemer is sinds 1 januari 1996 in dienst bij werkgeefster en vervulde de functie van keyaccountmanager/purchaser. Zijn brutoloon exclusief vakantietoeslag bedraagt € 8500 per maand. In juni 2025 is naar aanleiding van een drietal meldingen een signalenonderzoek uitgevoerd door een extern onderzoeksbureau. Op 24 juni 2025 is het rapport ‘Signalenonderzoek naar grensoverschrijdend gedrag en sociale veiligheid’ aan werkgeefster opgeleverd. Naar aanleiding van het signalenonderzoek is met werknemer gesproken, waarna hij direct op non-actief is gesteld. Op 9 juli 2025 hebben het onderzoeksbureau en werkgeefster de werknemers ingelicht over de resultaten van het signalenonderzoek, waarbij de naam van werknemer is genoemd en ook is benoemd dat hij zich grensoverschrijdend heeft gedragen. Werknemer was bij die bijeenkomst niet aanwezig. Werkgeefster verzoekt de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op de e- dan wel de g-grond. Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt werknemer om toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Geen verwijtbaar handelen of nalaten werknemer
Van een onafhankelijk onderzoeker mag worden verwacht dat deze zich, als het gaat om een persoonsgericht feitenonderzoek, beperkt tot het objectief vaststellen van het feitencomplex. Dat is hier niet gebeurd. De onderzoeker trekt naar aanleiding van de in het kader van het signalenonderzoek anoniem opgetekende en weinig concrete opmerkingen van een aantal werknemers zeer vergaande conclusies ten aanzien van de persoon van werknemer. De samenvatting in het rapport wordt gepresenteerd als de uitkomst van een persoonsgericht feitenonderzoek. Dat is kwalijk, want in een signalenonderzoek worden de feiten niet objectief vastgesteld omdat het daarin niet gaat om waarheidsvinding. Reeds hierom is de kantonrechter van oordeel dat het rapport en het onderzoek waar het op is gebaseerd gebrekkig is en niet als een deugdelijke en feitelijk grondslag voor de ontbinding op de e-grond kan dienen. Omdat er geen zorgvuldig onderzoek is gedaan kan verder niet vastgesteld worden wat er precies heeft plaatsgevonden op de werkvloer en in hoeverre werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan het hem verweten ernstig wangedrag.
Verstoorde arbeidsverhouding
De ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt uitgesproken vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Door de handelwijze van werkgeefster rondom het onderzoek en het op non-actief stellen van werknemer daarna, is de arbeidsrelatie onherstelbaar beschadigd geraakt. Duidelijk is dat werkgeefster het vertrouwen in werknemer volledig is verloren. Dat geldt ook voor werknemer, die op de mondelinge behandeling heeft toegegeven dat het steeds moeizamer wordt om terug te keren bij werkgeefster. Herplaatsing ligt niet in de rede. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst volgt.
Vergoedingen
Werknemer heeft recht op de transitievergoeding, die wordt berekend op € 101.907 bruto. Ook is werkgeefster aan werknemer een billijke vergoeding verschuldigd. Zij heeft ernstig verwijtbaar gehandeld, door zonder werknemer eerst te horen de inhoud van het onderzoeksrapport klakkeloos voor waar aan te nemen en vrijwel direct de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen. Toen op 9 juli 2025 de werknemers van werkgeefster zijn geïnformeerd over de resultaten van het signalenonderzoek is de naam van werknemer genoemd en is ook benoemd dat hij zich grensoverschrijdend heeft gedragen, terwijl werknemer het onderzoeksrapport pas heeft kunnen inzien nadat werknemer het verzoekschrift had ingediend. De kantonrechter neemt verder in aanmerking dat werkgeefster het verwijt volledig bij werknemer legt, terwijl zij zelf geen blijk heeft gegeven van inzicht in hoe beschadigend haar handelwijze kan zijn voor werknemer. Zij heeft ook niet willen werken aan herstel van de relatie, zodat de verstoorde arbeidsrelatie niet alleen is veroorzaakt door werkgeefster, maar ook door haar in stand is gehouden. De kantonrechter is van oordeel dat een billijke vergoeding van € 75.000 bruto hier passend is, waarbij rekening is gehouden met het lange dienstverband, de mate van verwijtbaarheid van werkgeefster, de aan werknemer toegekende transitievergoeding en met de verwachting dat werknemer niet tot de pensioengerechtigde leeftijd bij werkgeefster werkzaam zou zijn geweest.
