Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Trigion Beveiliging B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 17 november 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:6132
Rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet omdat werknemer zonder toestemming op bedevaart naar Saoedi-Arabiƫ ging.

Feiten

Werknemer is sinds 19 juni 2023 in dienst bij Trigion Beveiliging (hierna: Trigion) als beveiliger. Op 2 mei 2025 heeft werknemer een verzoek ingediend bij Trigion voor verlof om op bedevaart naar Saoedi-Arabië te gaan van 23 mei tot en met 3 juli 2025. Dit verzoek werd geweigerd vanwege capaciteitsproblemen en zijn al ingediende en toegestane zomerverlof van 1 mei tot en met 21 mei 2025. Op 9 mei 2025 heeft A opnieuw aan werknemer uitgebreid teruggekoppeld waarom zijn verlofaanvraag definitief is afgewezen. Aan werknemer is vervolgens toegezegd dat indien hij volgend jaar op bedevaart wil gaan, zijn verlof zou worden toegekend. Werknemer heeft op 9 mei 2025 laten weten dat hij ondanks de weigering van plan was om op bedevaart te gaan. A heeft vervolgens op 13 mei 2025 schriftelijk bevestigd dat hij daarvoor geen toestemming heeft gekregen en dat het niet verschijnen op het werk zonder geldige reden of toestemming als werkweigering wordt aangemerkt en een dringende reden voor een ontslag op staande voet kan opleveren. Dit is op 14 mei 2025 nogmaals aan werknemer medegedeeld. Op 22 mei 2025 is werknemer niet verschenen bij een dienst waarop hij stond ingepland. Daarop is aan werknemer een e-mail gestuurd dat hij zonder bericht niet op zijn werk is verschenen en dit aanleiding kan zijn voor een ontslag op staande voet. Werknemer heeft daarop gereageerd dat hij op 19 mei 2025 naar Syrië is vertrokken, dat hij bij aankomst hoorde dat hij het land niet mag verlaten en dat hij daarom niet in staat is om te komen werken. In zijn verzoekschrift stelt werknemer dat hij onder uitzondering, ondanks het uitreisverbod, toch het land mocht verlaten onder de voorwaarde dat hij de Hadj zou uitvoeren. Werknemer is op 27 mei 2025 naar Saoedi-Arabië afgereisd voor de Hadj. Op 28 mei 2025 is werknemer vervolgens op staande voet ontslagen.

Oordeel

Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig gegeven. De kantonrechter neemt als uitgangspunt dat werknemer op 22 mei 2025 zonder toestemming is weggebleven van zijn werk. Hij bleek op die datum naar Syrië te zijn afgereisd om samen met zijn moeder de Hadj in Saoedi-Arabië te lopen, terwijl het voor hem duidelijk was dat hij hiervoor niet de benodigde toestemming had gekregen van Trigion Beveiliging. Dit levert in beginsel een dringende reden voor ontslag op. Deze dringende reden is ook onverwijld aan werknemer medegedeeld, nadat Trigion Beveiliging had onderzocht waarom werknemer niet op zijn werk verschenen was. Trigion Beveiliging had een gewichtige reden voor de weigering van de verlofaanvraag van werknemer. Daarvan is sprake als de goedkeuring van een verzoek om verlof de bedrijfsvoering ernstig kan verstoren. Het verzoek is pas heel laat ingediend, ver na de verplichte datum van aanvragen van de zomervakantie en na toewijzing van de aangevraagde verlofaanvragen. Trigion Beveiliging heeft voldoende toegelicht dat er in de zomerperiode veel diensten gedraaid moeten worden en dat er zonder verlof al sprake was van onderbezetting. Dit alles brengt met zich mee dat het belang van Trigion Beveiliging bij afwijzing van de verlofaanvraag voldoende zwaarwegend is in verhouding tot het belang van werknemer bij het kunnen opnemen van verlof. Bij het laatste wordt ten nadele van werknemer meegewogen dat hij ook niet voldoende verlofdagen had voor een verlof zoals hij heeft aangevraagd. Gelet op het onderzoek dat Trigion Beveiliging voorafgaand aan het ontslag op staande voet heeft gedaan, de weloverwogen afwijzing van de verlofaanvraag en de andere, hierboven geschetste omstandigheden van het geval is de kantonrechter van oordeel dat het ontslag op staande voet proportioneel is geweest en dat er in de gegeven omstandigheden niet van Trigion Beveiliging kon worden verwacht dat zij een minder zwaar middel zou zetten. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat er vóór de reis sprake was van overmacht of dat zijn recht op godsdienstvrijheid en het recht op familieleven is geschonden. Kortom, het verzoek van werknemer tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt afgewezen, omdat het ontslag rechtsgeldig is.