Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever/werkgever
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 30 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:7787
Overgang van onderneming. Betaling achterstallig loon en vakantiebijslag, ondanks ontbreken nieuwe arbeidsovereenkomst.

Feiten

Werkneemster is per 18 februari 2018 in dienst getreden bij haar oude werkgever, een onderneming die brood en verse banketproducten produceert. Na meerdere tijdelijke  arbeidsovereenkomsten heeft werkneemster sinds 1 februari 2021 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Zij werkt 24 uur per week en ontvangt een basissalaris van € 1.902,95 bruto per maand. De oude werkgever verkoopt de onderneming aan bedrijf 1. Bedrijf 2 is de zusteronderneming van bedrijf 1. Op 5 maart 2026 vertelt de oude werkgever aan de werknemers dat de onderneming is verkocht en dat zij hun werkzaamheden kunnen voortzetten. Op 19 maart wordt werkneemster een nieuwe arbeidsovereenkomst aangeboden bij bedrijf 2. Dit contract bevat onder meer een proeftijd, een tijdelijk dienstverband en minder gunstige reiskostenvoorwaarden. Werkneemster ondertekent het contract niet. Werkneemster helpt vanaf 23 maart met het verhuizen van goederen. Op 24 maart ontvangt zij van bedrijf 1 een e-mail met de mededeling dat zij vanaf 1 april bij het team hoort. Op 30 maart begint zij al op de locatie van bedrijf 1 te werken. Ook wordt zij opgenomen in het rooster en werkt zij haar gebruikelijke uren. Op 14 april laat bedrijf 1 weten dat zij niet meer hoeft te komen, omdat zij geen nieuwe arbeidsovereenkomst heeft ondertekend. Werkneemster geeft aan dat zij beschikbaar blijft voor werk. Op 22 april wordt zij alsnog naar huis gestuurd. De curator beëindigt diezelfde dag, voor zover nodig, haar arbeidsovereenkomst met de oude werkgever. In deze procedure zijn dus twee gedaagden betrokken: bedrijf 1, de onderneming die de activiteiten overneemt, en bedrijf 2, de zusteronderneming. Werkneemster stelt dat er sprake is van een overgang van onderneming naar bedrijf 1. Zij vordert onder meer achterstallig loon en vakantiebijslag.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is (voorlopig) sprake van een overgang van onderneming van de oude werkgever naar bedrijf 1. Daarbij weegt mee dat vrijwel de gehele inventaris en het klantenbestand zijn overgenomen, de activiteiten worden voortgezet en er geen sprake is van een wezenlijke onderbreking. Ook biedt bedrijf 1 de actieve werknemers nieuwe contracten aan. Dat niet iedereen die contracten heeft ondertekend, maakt dit niet anders. De rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst gaan door de overgang automatisch over op bedrijf 1. Een nieuwe arbeidsovereenkomst is daarvoor niet nodig. Bedrijf 1 moet daarom het achterstallige loon en de vakantiebijslag over april tot en met juni 2026 betalen. Inclusief de wettelijke verhoging komt dit neer op € 10.371,09 bruto. Ook moet bedrijf 1 de wettelijke rente betalen en deugdelijke loonstroken verstrekken. De buitengerechtelijke incassokosten bedragen € 751,78. De vorderingen tegen bedrijf 2 worden afgewezen. De arbeidsovereenkomst is immers overgegaan op bedrijf 1, zodat bedrijf 2 niet verantwoordelijk is voor de loonbetaling. Bedrijf 1 wordt veroordeeld in de proceskosten.