Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/TEAM Advocaten
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 23 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6792
Advocaat schendt zorgplicht door zieke werkneemster bij vaststellingsovereenkomst niet te waarschuwen voor pensioenrisico; schadevergoeding blijft uit omdat niet is onderbouwd dat bij juist advies premievrije pensioenopbouw behouden zou worden.

Feiten

Werkneemster werkte sinds 13 januari 2000 bij X. en had sinds haar jeugd niet-aangeboren hersenletsel, met blijvende epilepsie en concentratie- en geheugenproblemen. In de jaren voorafgaand aan de beëindiging van haar dienstverband was zij langdurig arbeidsongeschikt geweest en had zij zich regelmatig ziek gemeld. Uit medische rapportages bleek dat er sprake was van structurele, medisch objectiveerbare en chronische klachten. De bedrijfsarts had bovendien geconcludeerd dat zij haar eigen werk niet kon verrichten en dat geen passende alternatieve functie beschikbaar was. Na een gesprek op 8 januari 2020 werd werkneemster op non-actief gesteld wegens een gebrek aan vertrouwen in haar functioneren. Daarna onderhandelden partijen over beëindiging van het dienstverband via een vaststellingsovereenkomst, waarbij werkneemster werd bijgestaan door mr. Cornelissen van TEAM. Begin februari 2020 kwam de vaststellingsovereenkomst tot stand. Daarin was bepaald dat het dienstverband per 1 juli 2020 zou eindigen en dat werkneemster zich tot vier weken na uitdiensttreding niet ziek zou melden op aan het werk of de werkgever gerelateerde gronden. Werkneemster meldde zich op 3 augustus 2020 opnieuw ziek bij het UWV en kreeg later een IVA-uitkering toegekend. Het pensioenfonds weigerde echter premievrije voortzetting van haar pensioenopbouw, omdat haar eerste ziektedag na het einde van het dienstverband lag. Volgens werkneemster had TEAM haar moeten waarschuwen voor dit risico. Zij vordert daarom onder meer een verklaring voor recht dat TEAM toerekenbaar is tekortgeschoten en betaling van € 74.174 aan pensioenschade. TEAM betwist zowel de zorgplichtschending als het causaal verband en stelt dat de ziekmeldingsbepaling gebruikelijk was en dat niet was onderbouwd dat X bereid zou zijn geweest een overeenkomst zonder die bepaling te sluiten.

Oordeel

De rechtbank stelt voorop dat TEAM als opdrachtnemer de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moest nemen en moest handelen zoals een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat betaamt. Die zorgplicht houdt onder meer in dat een advocaat zijn cliënt in staat moet stellen goed geïnformeerd te beslissen en, afhankelijk van de omstandigheden, moet waarschuwen voor relevante risico’s. Volgens de rechtbank heeft TEAM die zorgplicht geschonden. Uit het dossier en de medische voorgeschiedenis van werkneemster had TEAM kunnen afleiden dat een reëel risico bestond dat zij zich opnieuw ziek zou moeten melden. Ook had de familie van werkneemster vragen gesteld over de gevolgen voor het WIA-traject en mogelijke complicaties bij het UWV. Gelet daarop had TEAM moeten onderzoeken of de beëindigingsregeling, en met name de bepaling dat werkneemster zich niet ziek zou melden, risico’s meebracht voor haar pensioenopbouw bij hernieuwde arbeidsongeschiktheid. Door werkneemster daarvoor niet te waarschuwen, heeft TEAM haar niet in staat gesteld een goed geïnformeerde keuze te maken. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat TEAM toerekenbaar is tekortgeschoten. De schadevergoeding wordt echter afgewezen. De rechtbank oordeelt dat werkneemster onvoldoende heeft onderbouwd wat er zou zijn gebeurd als TEAM haar wel had gewaarschuwd. De enkele stelling dat zij de vaststellingsovereenkomst dan niet zou hebben ondertekend, is onvoldoende. Zij heeft niet concreet gemaakt dat X bereid zou zijn geweest een vaststellingsovereenkomst te sluiten zonder de ziekmeldingsbepaling of met een pensioenvoorbehoud. Ook heeft zij onvoldoende uitgewerkt wat in een eventuele ontbindingsprocedure bij de kantonrechter zou zijn gebeurd en waarom zij in dat scenario haar aanspraak op premievrije pensioenopbouw wel zou hebben behouden. Omdat het causaal verband tussen de zorgplichtschending en de gestelde pensioenschade niet is komen vast te staan, wijst de rechtbank de vordering tot schadevergoeding van € 74.174 af.