Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 8 oktober 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:10492
Billijke vergoeding van € 71.849,04 na onterecht ontslag op staande voet vanwege delen inloggegevens en beweerdelijk in contact brengen klant met concurrent. De verwijten die werkgever aan werkneemster maakt, zijn niet met ter zake dienende stukken onderbouwd, maar enkel gebaseerd op aannames.

Feiten

Werkneemster is op 22 januari 2024 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van Executive Head Butler. Werkgeefster exploiteert een internationaal opleidingsinstituut op het gebied van butler- en hospitalityopleidingen. Werkneemster is sinds 2016 betrokken bij werkgeefster, eerst in China. De lopende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is op 9 oktober 2026 geëindigd. In februari 2026 heeft een persoon die eerder betrokken was bij werkgeefster een adviesbureau opgericht. De betreffende persoon heeft aangegeven dat zijn naam aan werkgeefster verbonden mag blijven. Op 16 juni 2026 is werkneemster op staande voet ontslagen vanwege het delen van gegevens met de persoon die een eigen adviesbureau had opgericht, het in contact brengen van een klant van werkgeefster met die persoon, en de vermelding van het telefoonnummer van werkneemster op de website van een concurrerend bedrijf. Werkneemster verzoekt, onder meer, een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet onterecht is verleend en een billijke vergoeding van € 71.849,04 bruto.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Hoewel werkneemster berust in het ontslag op staande voet, wordt beoordeeld of er sprake is geweest van een dringende reden in verband met de vraag of er sprake is geweest van ernstig verwijtbaar handelen, in welk geval geen recht op de transitievergoeding bestaat. De aan het ontslag ten grondslag gelegde verwijten zijn niet onderbouwd, maar slechts gebaseerd op aannames. Dat werkneemster het gewijzigde wachtwoord en de inloggegevens heeft opgevraagd brengt niet mee dat zij die gegevens heeft gedeeld. Dat werkneemster een klant in contact zou hebben gebracht c.q. zou hebben doorgeleid naar een concurrent is evenmin aannemelijk, uit WhatAppberichten volgt dit in ieder geval niet. De transitievergoeding en de gefixeerde schadevergoeding worden toegewezen. De verzochte billijke vergoeding wordt ook toegewezen. Werkneemster is naar Nederland gekomen ten behoeve van haar dienstverband bij werkgeefster. Voorts is onweersproken dat er een reëel vooruitzicht bestond op voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd na 9 oktober 2026. Met het verlies van haar baan verliest zij ook haar woning, die op het terrein van werkgeefster gelegen is. Werkneemster heeft verklaard dat het risico bestaat dat ze gedwongen moet terugkeren naar China en het leven dat zij hier de afgelopen jaren heeft opgebouwd achter zich moet laten. Het is voornamelijk aan werkgeefster te wijten dat werkneemster nu in deze situatie zit omdat werkgeefster haar niet rechtsgeldig heeft ontslagen. De kantonrechter is van oordeel dat aan deze omstandigheid veel gewicht toekomt bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding. Verder heeft werkneemster de financiële zorg voor haar studerend kind. Het gevorderde achterstallige loon wordt toegewezen. De door werkneemster verzochte rectificatie wordt ook toegewezen. Werkneemster wenst toegang te krijgen tot haar woning op het terrein van werkgeefster en haar zich aldaar bevindende persoonlijke eigendommen. Dit deel van het verzoek zal eveneens worden toegewezen. De kantonrechter ziet geen aanleiding een dwangsom op te leggen, omdat werkgeefster haar toegang tot de woning en de aldaar bevindende eigendommen heeft aangeboden, maar werkneemster daarvan om haar moverende redenen (nog) geen gebruik heeft gemaakt. Werkgeefster wordt in de proceskosten veroordeeld.