Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 7 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:7075
Feiten
Werknemer is sinds 6 april 2016 in dienst bij werkgeefster. Op 21 januari 2025 heeft werknemer zich ziekgemeld. Tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid heeft werkgeefster aan werknemer verschillende loonstops opgelegd. Op 29 augustus 2025 zijn partijen tot overeenstemming gekomen over de beëindiging van het dienstverband van werknemer per 1 november 2025. In de vaststellingsovereenkomst zijn partijen onder meer overeengekomen dat werkgeefster werknemer een beëindigingsvergoeding zou betalen, dat werknemer de bedrijfseigendommen van werkgeefster zou retourneren en dat partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen. In de onderhavige procedure vordert werknemer ontbinding van de vaststellingsovereenkomst. Ook vordert werknemer achterstallig loon, de wettelijke verhoging en wettelijke rente over te laat gedane loonbetalingen (vanwege de loonstops) in 2025.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Ontbinding van de vaststellingsovereenkomst?
Volgens werknemer is werkgeefster tekortgeschoten in de nakoming van de vaststellingsovereenkomst, omdat werkgeefster volgens hem na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst een voorschotbetaling heeft gedaan in plaats van een reguliere loonbetaling, het loon te laat heeft betaald, de beëindigingsvergoeding te laat heeft betaald en hierop ten onrechte bedragen heeft ingehouden. Van de niet nagekomen verplichtingen die werknemer werkgeefster verwijt, is de kantonrechter van oordeel dat alleen de niet-tijdige betaling van de beëindigingsvergoeding kan worden aangemerkt als een tekortkoming. Van de overige verplichtingen is namelijk niet komen vast te staan dat werkgeefster deze niet is nagekomen of was er voor het niet-nakomen een goede verklaring. Hoewel het niet op tijd betalen van de beëindigingsvergoeding kan worden aangemerkt als tekortkoming, is de kantonrechter van oordeel dat deze tekortkoming niet de ontbinding van de vaststellingsovereenkomst rechtvaardigt. Hierbij is voor de kantonrechter van belang dat ook werknemer zijn verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst niet is nagekomen. Zo heeft hij de bedrijfskleding van werkgeefster niet op tijd ingeleverd.
Recht op achterstallig loon, wettelijke verhoging en wettelijke rente?
De kantonrechter stelt vast dat partijen in de vaststellingsovereenkomst over en weer finale kwijting zijn overeengekomen. Uit de inhoud van de vaststellingsovereenkomst volgt niet dat werknemer enig voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van aanspraken op achterstallig loon, wettelijke verhoging of wettelijke rente. Gelet op de finalekwijtingbepaling mocht werkgeefster er daarom van uitgaan dat er geen andere vorderingen meer waren volgens werknemer, althans dat eventuele andere vorderingen onder de finale kwijting vielen. Daarbij is volgens de kantonrechter ook van belang dat werknemer gedurende de onderhandelingen en het sluiten van de vaststellingsovereenkomst is bijgestaan door zijn gemachtigde.
De conclusie is dat de kantonrechter de vorderingen van werknemer afwijst.
