Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever b.v.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 1 oktober 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6977
AVG-verzoek van voormalig werknemer bij voormalige werkgever. Het verzoek om inzage in de persoonsgegevens wordt toegewezen. Het verzoek tot volledige inzage in gegevens overschrijdt de reikwijdte van het AVG-recht op inzage.

Feiten

X is de oprichter van bedrijf X, een online platform en uitgaansagenda. Nadat bedrijf X in de loop der jaren rechtspersoonlijkheid heeft verkregen (bv) is deze onderneming in 2017 door X verkocht aan A B.V. (hierna: A). X trad in dienst van dit bedrijf en X B.V. werd een van de drie aandeelhouders van A. In 2025 zijn de aandeelhouders van A met elkaar in conflict geraakt. A heeft het dienstverband met X in december 2025 beëindigd. X verzoekt de rechtbank A op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) te bevelen om volledige inzage te verstrekken in zijn gegevens die door X zijn verwerkt.

Oordeel

A heeft betoogd dat X zijn verzoek alleen heeft gedaan om zijn procespositie bij juridische procedures tegen haar te versterken. De rechtbank kan de juistheid van die stelling niet beoordelen. Maar dat doet niets af aan het recht van X om een verzoek tot inzage te doen. Op grond van artikel 15 AVG kan een betrokkene van een verwerkingsverantwoordelijke verlangen dat wordt meegedeeld of persoonsgegevens worden verwerkt en als dat zo is, dat inzage in die gegevens wordt verstrekt. In de AVG is het begrip persoonsgegevens gedefinieerd als alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Het begrip ‘persoonsgegevens’ moet ruim worden uitgelegd en strekt zich potentieel uit tot elk soort informatie, zowel objectieve als subjectieve, in de vorm van meningen of beoordelingen, op voorwaarde dat deze informatie de betrokkene betreft. Een deel van het verzoek heeft betrekking op inzage van de Slack-gegevens. Hierop hoeft niet meer te worden beslist omdat X tijdens de mondelinge behandeling heeft bevestigd dat hij deze gegevens op dinsdag 9 juni 2026 van A heeft ontvangen. Om die reden heeft X geen belang meer bij toewijzing van dit onderdeel van het verzoek. Ook het deel van het verzoek dat ziet op inzage van WhatsApp gegevens wordt afgewezen. A is voor deze gegevens niet als verwerkingsverantwoordelijke aan te merken. A hoeft geen inzage te geven van de Appic-appgegevens aan X. De Appic-app van A is een digitaal platform voor festivalliefhebbers en evenementen. Het is mogelijk voor gebruikers om informatie/berichten in deze digitale omgeving te plaatsen. De rechtbank is van oordeel dat eventuele door X zelf geplaatste berichten in de Appic-app niet vallen onder de categorie ‘persoonsgegevens’ zoals bedoeld in artikel 4 AVG. Met betrekking tot de e-mailberichten in de database van A overweegt de rechtbank als volgt. A is van de persoonsgegevens in de e-mailberichten van de voornoemde e-mailadressen aan te merken als verwerkingsverantwoordelijke. Voor zover in de e-mailberichten persoonsgegevens van X zijn vermeld, dient A deze te verstrekken aan X. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat X op grond van de AVG geen recht heeft op integrale kopieën van deze e-mails. Een personeelsdossier, een plan van aanpak en een re integratieplan zijn aan te merken als bestanden in de zin van de AVG, waarmee deze onder het materiële toepassingsgebied van artikel 2 lid 1 AVG vallen. X heeft daarom het recht op inzage op de personeelsgegevens die zich bevinden in deze stukken. X heeft geen recht op volledige kopieën van deze personeelsstukken. Op de mondelinge behandeling heeft A verklaard bereid te zijn om de notulen van de vergaderingen van aandeelhouders vanaf 2017 tot en met juni 2026 aan X toe te zenden. De rechtbank gaat ervan uit dat A zich aan deze toezegging zal houden. X heeft de rechtbank verzocht om A ‘volledige inzage te geven, waaronder (maar niet beperkt tot) gegevens uit Slack-historie en zakelijke WhatsApp-groepen, tezamen met een volledige en onverkorte kopie van de persoonsgegevens zoals deze door verweerder worden verwerkt’. Vanwege de jarenlange samenwerking tussen X en A, tezamen met de prominente positie van X in het bedrijf, heeft A grote hoeveelheid gegevens betreffende X verwerkt. Het is aan X om een inzageverzoek van persoonsgegevens (voldoende) gepreciseerd te formuleren. Een verzoek om ‘volledige inzage van gegevens’ overschrijdt de reikwijdte van het recht op inzage van persoonsgegevens door X. Het overige door X verzochte wordt aangemerkt als een fishing expedition. Op A rust geen verplichting aan X een volledige inzage van gegevens te verstrekken. Dit deel van het verzoek wordt daarom afgewezen.