Naar boven ↑

Rechtspraak

OOG/OHM Onderwijsondersteuning B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 29 september 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:9829
Werkgeefster mag het door haar verschuldigde bedrag aan werknemer verrekenen met haar vordering op werknemer. Na onduidelijke afrekeningen corrigeert de kantonrechter in kort geding de berekening van de verschuldigde bedragen.

Feiten

Werknemer was in dienst bij OOG/OHM Onderwijsondersteuning B.V. (hierna: OOG/OHM). OOG/OHM heeft werknemer op 13 maart 2025 op staande voet ontslagen. Daarover heeft werknemer een gerechtelijke procedure tegen OOG/OHM aangespannen, die resulteerde in de beschikking van 13 oktober 2025 van de kantonrechter. In die beschikking is OOG/OHM veroordeeld tot de betaling van een bedrag aan vakantie-uren en vakantiegeld aan werknemer, en is werknemer veroordeeld tot de betaling van een bedrag aan gefixeerde schadevergoeding en onderzoekskosten aan OOG/OHM en de proceskosten. Namens OOG/OHM heeft de gerechtsdeurwaarder de beschikking op 6 januari 2026 betekend aan werknemer. Op 10 februari 2026 heeft de gerechtsdeurwaarder aan de gemachtigde van werknemer bericht dat werknemer op grond van de beschikking het na verrekening resterende bedrag aan OOG/OHM moet voldoen. Werknemer is het niet eens met de hoogte van het bedrag dat hij volgens het proces-verbaal van de deurwaarder aan OOG/OHM verschuldigd is. De deurwaarder verzoekt de kantonrechter in kort geding te beslissen of het aan werknemer verschuldigde bedrag mag worden verrekend met het aan OOG/OHM verschuldigde bedrag en of de specificatie overigens correct is.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Hoewel werknemer hier later van is teruggekomen, heeft hij in rechte erkend dat verrekening van de gefixeerde schadevergoeding met het aan hem verschuldigde bedrag mogelijk is. De bedragen mogen dus worden verrekend. Werknemer is van mening dat uit de door hem overgelegde salarisspecificaties blijkt dat OOG/OHM nog een bedrag aan salaris verschuldigd zou zijn dat niet is meegenomen in de specificatie van de deurwaarder. Dat is niet het geval. Ter zitting heeft werknemer erkend dat het bedrag uit een deel van de salarisspecificaties is voldaan door OOG/OHM. Het volgens de overige specificaties aan werknemer verschuldigde bedrag is meegenomen in de totale verrekening van OOG/OHM die in het geding is ingebracht. In die zin betreffen de specificaties een soort eindafrekening. Tijdens de mondelinge behandeling is aan de orde gekomen dat dit onoverzichtelijk is, en OOG/OHM heeft ter vervanging hiervan een aangepaste salarisstrook ingebracht. Die eindafrekening laat zien dat OOG/OHM een bedrag aan werknemer verschuldigd is conform de beschikking van 13 oktober 2025. Het hierin vermelde bedrag aan rente blijkt na toelichting door OOG/OHM het bedrag aan wettelijke verhoging te zijn dat zij volgens de beschikking verschuldigd is. Dit is de rente over het bedrag aan vakantiedagen, vakantiegeld en resterend salaris verminderd met de door werknemer verschuldigde gefixeerde schadevergoeding. Op basis van het voorgaande blijkt dat de berekening van de deurwaarder niet meer actueel is. De kantonrechter corrigeert de berekening en stelt vast dat de bedragen mogen worden verrekend. Het had op de weg van OOG/OHM gelegen om een duidelijke eindafrekening aan werknemer te presenteren na ontvangst van de beschikking van 13 oktober 2025, en indien dit was gebeurd had mogelijk de huidige procedure achterwege kunnen blijven. Daarom ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren.