Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 22 september 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:5890
Werkgever betaalt loon maanden te laat. Maximale wettelijke verhoging en transitievergoeding toegewezen

Feiten

Werknemer was sinds 1 maart 2023 in dienst bij werkgever als medewerker keuken. Bij brief van 27 januari 2026 heeft werkgever werknemer aangezegd dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zal worden verlengd en de arbeidsrelatie op 28 februari 2026 zal eindigen. Bij brief van 12 mei 2026 heeft de gemachtigde van werknemer werkgever (onder meer) gesommeerd uiterlijk 15 mei 2026 het achterstallige salaris en de transitievergoeding aan werknemer te betalen en de loonstroken aan werknemer te verstrekken. Nadat werkgever niet aan deze sommatie had voldaan, heeft werknemer een verzoekschrift ingediend waarin hij de kantonrechter verzoekt om werkgever te veroordelen tot het betalen van de transitievergoeding, achterstallig loon, wettelijke rente en verhoging, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.

Oordeel

Tussen partijen staat vast dat werknemer het salaris niet tijdig heeft ontvangen. Een werknemer heeft recht op tijdige betaling van het salaris. Tussen partijen staat vast dat werknemer het salaris niet tijdig heeft ontvangen. Op grond van artikel 7:625 BW heeft een werknemer bij een te late betaling recht op een verhoging van het (bruto)salaris. Deze verhoging betreft voor de vierde tot en met achtste werkdag  5% per dag en voor elke volgende werkdag 1%. 33 werkdagen na de dag waarop het salaris verschuldigd werd, is de maximale verhoging van 50% bereikt. In dit geval zijn er 33 werkdagen verstreken. Het achterstallig salaris betrof namelijk het salaris over november 2025 tot en met februari 2026 en het salaris is pas in augustus 2026 betaald. Werknemer heeft dus recht op de maximale verhoging van 50% over het achterstallige bruto salaris. De kantonrechter ziet geen reden voor matiging van de wettelijke verhoging, omdat werkgever geen (geldige) reden heeft gegeven voor het te laat betalen van het salaris. Aangezien het salaris te laat is betaald, heeft werknemer ook recht op de wettelijke rente over dit te laat betaalde bedrag. De wettelijke rente wordt berekend vanaf de opeisbaarheid van het betreffende salaris tot het moment dat het salaris alsnog door werkgever is betaald (in augustus 2026). Op grond van artikel 7:673 BW heeft een werknemer recht op een transitievergoeding van 1/3 maandsalaris per dienstjaar. Aangezien werknemer drie jaar bij werkgever heeft gewerkt, heeft hij dus recht op één brutomaandsalaris. De (vergoeding voor) vakantie-uren mag echter niet worden meegenomen in de berekening van de transitievergoeding. De kantonrechter brengt daarom het bedrag dat is toegekend aan de vakantie-uren in mindering op het genoemde bedrag en wijst een bedrag van € 1.670,76 bruto aan transitievergoeding toe. Werknemer vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Werknemer heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Werknemer heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. De gevorderde incassokosten vallen binnen de toepasselijke bedragen uit het Besluit. Het gevorderde bedrag zal daarom worden toegewezen. De proceskosten komen voor rekening van werkgever, omdat werkgever overwegend ongelijk krijgt.