Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 24 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6798
Vorderingen tot nakoming van verplichtingen uit arbeidsovereenkomst en leaseovereenkomst na arbeidsongeschiktheid in kort geding toegewezen.

Feiten

Werknemer is op 1 april 2023 in dienst getreden bij werkgever voor 32 uur per week tegen een brutosalaris van € 6.301,14 exclusief 8% vakantietoeslag. Naast een arbeidsovereenkomst bestaat er tussen partijen ook een overeenkomst terbeschikkingstelling (lease)auto (hierna: de auto-overeenkomst). Op basis van deze overeenkomst komen de brandstofkosten en voertuiggerelateerde producten van privéreizen met de leaseauto voor rekening van werkgever. Aan werknemer is een tankpas ter beschikking gesteld. Op 13 september 2024 wordt werknemer aangereden. Sindsdien is hij arbeidsongeschikt. Eind 2024 heeft werkgever de tankpas  geblokkeerd. Op 11 maart 2025 is werknemer op staande voet ontslagen. Werknemer is een procedure gestart tot vernietiging van dit ontslag op staande voet en bij beschikking van 7 juli 2025 is het ontslag op staande voet vernietigd en is werkgever veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon. Werknemer vordert onder meer achterstallig loon, loonstroken en specificaties, nakoming van de auto-overeenkomst, vergoeding autokosten, herstel van de tankpas, pensioenafdrachten en correctie ouderschapsverlofregistratie.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat werknemer uit de aard van zijn vorderingen, bij een groot deel van zijn vorderingen een spoedeisend belang heeft.

Achterstallig loon en loonspecificaties

Werknemer stelt dat op de arbeidsovereenkomst de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf van toepassing is en dat hij op grond hiervan recht heeft op een bedrag van € 21.506,17 bruto aan achterstallig loon (vordering I), de wettelijke verhoging (vordering II), de wettelijke rente (vordering III) en de toekomstige loonbetalingen (vordering IV). De kantonrechter kan niet vaststellen dat er op de arbeidsovereenkomst een cao van toepassing is verklaard en zo ja, welke cao dit dan zou zijn. Het is onvoldoende aannemelijk geworden dat deze vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen en deze procedure leent zich niet voor verdere bewijslevering. De kantonrechter wijst daarom deze vorderingen van werknemer af. Werkgever wordt veroordeeld tot het verstrekken van loonspecificaties vanaf maart 2025. Daarnaast moet werkgever een deugdelijke bruto-nettospecificatie verstrekken van een bedrag van € 14.070,25 dat werkgever op 26 september aan werknemer heeft betaald.

Nakoming auto-overeenkomst

Werknemer vordert een bedrag van € 4.185,17 netto als vergoeding voor kosten die hij heeft gemaakt tot en met 26 juni 2026 voor het gebruik van zijn leaseauto. Deze vordering wordt toegewezen voor het geval werkgever alsnog niet betaalt. Werknemer vordert heractivering van zijn tankpas. Op grond van de auto-overeenkomst heeft werknemer recht op een tankpas, zodat de kantonrechter ook deze vordering toewijst. Werknemer stelt schade te lijden omdat hij de leaseauto feitelijk niet heeft kunnen gebruiken na 17 juni 2026. De kantonrechter begroot de schade die werknemer lijdt als gevolg van het niet kunnen gebruiken van de auto op een bedrag van € 329,24 netto per maand (de helft van het brutobedrag aan fiscale bijtelling). Daarnaast moet werkgever het onderhoud aan de leaseauto laten uitvoeren.

Pensioenpremie en ouderschapsverlof

Werknemer vordert betaling van de achterstallige en toekomstige pensioenpremies onder afgifte van een deugdelijk bewijs hiervan en correctie in de loonadministratie. Bij deze vorderingen ontbreekt het vereiste spoedeisend belang en daarom worden de vorderingen afgewezen. Een beoordeling van deze vorderingen kan in een bodemprocedure plaatsvinden. Werkgever moet het ouderschapsverlof met terugwerkende kracht administratief corrigeren en dit ook bij het UWV laten herstellen.