Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Bergen op Zoom), 10 september 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:8893
Feiten
Werkgeefster verzoekt ontbinding wegens een duurzaam en onherstelbaar verstoorde arbeidsverhouding en stelt dat herplaatsing niet meer mogelijk is. Tijdens de mondelinge behandeling bereiken partijen overeenstemming over de beëindiging en financiële afwikkeling van het dienstverband en trekken zij hun overige verzoeken in. Werkneemster erkent dat de arbeidsverhouding duurzaam is verstoord en refereert zich voor de ontbinding aan het oordeel van de kantonrechter.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De arbeidsverhouding is duurzaam verstoord, zodat van werkgeefster in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing is niet mogelijk en het eindigen van de arbeidsovereenkomst is niet aan werkneemster te wijten. Hoewel een opzegverbod geldt, staat dit niet aan ontbinding in de weg, omdat partijen het erover eens zijn dat het ontbindingsverzoek geen verband houdt met de omstandigheden waarop het opzegverbod betrekking heeft. De arbeidsovereenkomst wordt met inachtneming van de opzegtermijn en de duur van de procedure per 1 november 2026 ontbonden. Werkneemster ontvangt een beëindigingsvergoeding van € 5.000, waarin de transitievergoeding is begrepen. Werkgeefster wordt veroordeeld in de proceskosten.
