Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 8 september 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:6429
Feiten
Werkneemster is vanaf 29 januari 2026 bij Deiq B.V. in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en een salaris van € 2.300 bruto per maand. Op 15 april 2026 heeft Deiq de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren opgezegd met ingang van 10 mei 2026. Werkneemster heeft na 10 mei 2026 geen loon meer ontvangen. Zij verzoekt de kantonrechter om de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen, vast te stellen dat de arbeidsovereenkomst onafgebroken heeft voortgeduurd en Deiq te veroordelen haar weer toe te laten tot haar werkzaamheden en vanaf 10 mei 2026 loon te betalen. Deiq heeft ondanks een deugdelijke oproeping geen verweerschrift ingediend en is niet verschenen op de mondelinge behandeling.
Oordeel
Omdat Deiq geen verweer heeft gevoerd moet worden uitgegaan van de juistheid van de feiten die werkneemster aan haar verzoek ten grondslag heeft gelegd. Daaruit blijkt dat Deiq de arbeidsovereenkomst op 15 april 2026 zonder gegronde reden heeft opgezegd, terwijl werkneemster een bepaaldetijdcontract had tot 28 januari 2027. Deiq kan de arbeidsovereenkomst niet zonder geldige reden tussentijds opzeggen. De kantonrechter oordeelt daarom dat de opzegging niet rechtsgeldig is. Het verzoek om de opzegging te vernietigen en vast te stellen dat de arbeidsovereenkomst na 10 mei 2026 voortduurt, word toegewezen. Ook de verzochte wedertewerkstelling op straffe van een dwangsom wordt toegewezen. Ook heeft werkneemster recht op loon, omdat de opzegging wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst dus voortduurt.
