Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 9 september 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:5575
58-jarige gordijnenmedewerker die seksueel getinte opmerkingen maakte, vrouwen om kusjes vroeg en hen ongewenst aanraakte, is na 25 jaar dienstverband - zonder ooit enige waarschuwing te hebben ontvangen - ten onrechte op staande voet ontslagen.

Feiten

Werknemer, geboren in 1967, is op 23 oktober 2000 in dienst getreden bij werkgever als algemeen medewerker gordijnen. Werkgever houdt zich bezig met de vervaardiging en groothandel van huishoudtextiel, gordijnen, stoffen en matten. Zijn laatstverdiende loon bedroeg € 2.758,86 bruto per maand exclusief 8% vakantiebijslag. Op 27 november 2025 kreeg werkgever het eerste signaal dat werknemer zich mogelijk schuldig had gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Na overleg met bedrijf X, dat onder meer HR-werkzaamheden voor werkgever verricht, is een onderzoek begonnen. Werknemer is op 2 december 2025 geschorst. Op 3 en 4 december 2025 zijn medewerkers gehoord. Op 5 december 2025 is werknemer geconfronteerd met verklaringen van zes medewerkers over seksueel getinte opmerkingen, ongewenste aanrakingen, het vragen om kusjes en intimiderend gedrag richting vrouwelijke collega’s. Dat gesprek is voortijdig beëindigd, omdat werknemer aangaf het niet te kunnen voortzetten. Nadat werkgever vergeefs had geprobeerd het gesprek via de gemachtigde van werknemer te hervatten, is werknemer bij brief van 11 december 2025 op staande voet ontslagen. Werknemer heeft daartegen bezwaar gemaakt en verzoekt de kantonrechter onder meer te verklaren dat het ontslag ten onrechte is gegeven. Daarnaast vordert hij de transitievergoeding van € 27.737,99, de gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding van € 180.000 bruto.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt dat het ontslag onverwijld is gegeven. Werkgever heeft na het eerste signaal direct onderzoek laten doen, werknemer met de uitkomsten geconfronteerd en na het afgebroken gesprek geprobeerd contact met zijn gemachtigde te krijgen. Door vervolgens op 11 december 2025 ontslag te geven, heeft werkgever voldoende voortvarend gehandeld. Ook staat volgens de kantonrechter voldoende vast dat werknemer seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond. Uit de medewerkersverklaringen volgt dat hij seksueel getinte opmerkingen maakte over lichamen van vrouwelijke collega’s, om kusjes vroeg en collega’s ongewenst aanraakte. Dergelijk gedrag is ongepast en ontoelaatbaar. Toch acht de kantonrechter ontslag op staande voet in dit geval een te zware sanctie. Werknemer was niet eerder op zijn gedrag aangesproken en had geen waarschuwing of sanctie gekregen. Niet kan worden aangenomen dat hij zijn gedrag na een duidelijke waarschuwing niet had kunnen aanpassen. Verder waren sommige gedragingen onvoldoende concreet in tijd en context vastgesteld. Ook had werkgever meer gewicht moeten toekennen aan de persoonlijke omstandigheden van werknemer: hij was 25 jaar in dienst, functioneerde goed, had geen eerdere waarschuwingen ontvangen en was 58 jaar oud. De kantonrechter verklaart daarom voor recht dat het ontslag op staande voet ten onrechte is gegeven en veroordeelt werkgever tot betaling van de transitievergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding van € 25.000 bruto.