Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 10 september 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:11931
Feiten
Schmidt Zeevis exploiteert een onderneming in horeca, detailhandel en groothandel in vis en schaal- en weekdieren. X werkte tot en met 28 februari 2026 als accountmanager scheepvaart & export en Y als cruisemanager. In hun arbeidsovereenkomsten stonden een geheimhoudingsbeding en een concurrentie- en relatiebeding. Schmidt stelde dat beiden deze bedingen hadden overtreden door vertrouwelijke bedrijfsinformatie te delen met FN Global Meat, waaruit volgens Schmidt bleek dat zij met Schmidt wilden concurreren. Schmidt vorderde in kort geding nakoming van het geheimhoudingsbeding en het concurrentie- en relatiebeding, versterkt met dwangsommen, afgifte of verwijdering van vertrouwelijke bedrijfsinformatie en betaling van contractuele boetes wegens overtreding van het concurrentie- en relatiebeding. X en Y betwistten dat zij de bedingen hadden overtreden. In reconventie vorderden zij terugbetaling van € 5.500 netto per persoon, omdat Schmidt dit bedrag volgens hen ten onrechte als boete op hun eindafrekening had ingehouden. Daarnaast vorderde X betaling van € 1.500 bruto aan een volgens hem overeengekomen looncomponent over februari 2026. Vast stond dat X tijdens zijn dienstverband documenten uit de systemen van Schmidt had opgeslagen in een externe dropbox-omgeving. Eén daarvan was een productoverzicht van Royal Caribbean Cruise Line (RCCL), een klant van Schmidt. Ook stond vast dat X ten minste een deel van dat overzicht had gedeeld met zijn zwager, managing director van FN Global Meat. Y betwistte betrokkenheid bij het opslaan of delen van deze documenten.
Oordeel
De kantonrechter oordeelde dat voldoende aannemelijk is dat X het geheimhoudingsbeding heeft geschonden door het productoverzicht van RCCL met een derde te delen. Het enkele opslaan van documenten in dropbox was daarvoor op zichzelf onvoldoende, maar het delen van commerciële klantinformatie buiten Schmidt viel wel onder het geheimhoudingsbeding. Dat FN Global Meat volgens X alleen actief was in vlees en dat hij enkel vleesgerelateerde gegevens zou hebben gedeeld, maakte dit niet anders: het overzicht was door RCCL aan Schmidt verstrekt binnen hun klantrelatie en had een vertrouwelijk karakter. X moet daarom het geheimhoudingsbeding nakomen op straffe van een dwangsom van € 2.500 per overtreding, met een maximum van € 50.000, en alle kopieën van het RCCL-productoverzicht aantoonbaar verwijderen en verwijderd houden.
Ten aanzien van Y wees de kantonrechter de vorderingen wegens schending van het geheimhoudingsbeding af. Schmidt had onvoldoende concrete feiten gesteld waaruit bleek dat Y betrokken was bij het opslaan of delen van de informatie.
De vorderingen van Schmidt op basis van het concurrentie- en relatiebeding werden eveneens afgewezen. Voor X gold dat hij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd had. Een concurrentie- en relatiebeding daarin is alleen geldig als schriftelijk en concreet is gemotiveerd waarom het noodzakelijk is wegens zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. De motivering in het beding was volgens de kantonrechter te algemeen en niet toegespitst op de functie van X. Bovendien gebruikte Schmidt dezelfde formulering standaard in alle arbeidsovereenkomsten. Daarom is voldoende aannemelijk dat het beding in een bodemprocedure nietig wordt geacht.
Voor Y, die een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had, gold die verzwaarde motiveringsplicht niet. Toch was onvoldoende aannemelijk dat hij het concurrentie- of relatiebeding had geschonden. Schmidt erkende niet te kunnen bewijzen dat Y bij een werkgever in dezelfde branche werkte. Ook het gestelde delen van informatie over RCCL viel niet onder het relatiebeding, omdat dit beding ziet op het zakelijk gebruikmaken van relaties met klanten, niet op het delen van informatie over klanten.
Omdat Schmidt de boetes wegens vermeende overtreding van het concurrentie- en relatiebeding ten onrechte had ingehouden, moet zij aan zowel X als Y € 5.500 netto terugbetalen. Over dit bedrag is wettelijke verhoging verschuldigd: 30% voor X, omdat hij wel het geheimhoudingsbeding had geschonden, en 50% voor Y. De aanvullende vordering van X van € 1.500 bruto werd afgewezen, omdat daarvoor nadere bewijslevering nodig is en een kort geding zich daarvoor niet leent.
