Naar boven ↑

Rechtspraak

STICHTING SOCIAAL FONDS PARTICULIERE BEVEILIGING (SFPB)/COMFORT BEHEER EN TOEZICHT B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Tilburg), 19 augustus 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7936
Ook een Wpbr-vergunninghouder die uitsluitend zzp’ers inhuurt, kan onder de cao Particuliere Beveiliging vallen en moet meewerken aan een cao-nalevingsonderzoek.

Feiten

Stichting Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB) houdt toezicht op de naleving van de cao Particuliere Beveiliging (cao PB) en de cao SFPB. Comfort Beheer en Toezicht B.V. (hierna: Comfort) beschikte in de onderzoeksperiode over een Wpbr-vergunning en huurde beveiligers in als zzp’ers, maar stelde geen werknemers in dienst te hebben. SFPB verzocht Comfort in het kader van een nalevingsonderzoek om gegevens over onder meer de ingehuurde zzp’ers en de gehanteerde contracten. Comfort weigerde deze gegevens te verstrekken, omdat zij meende niet onder de cao’s te vallen nu zij geen werknemers in dienst had. SFPB vordert onder meer naleving van de cao’s, medewerking aan het onderzoek en € 48.000 aan forfaitaire schadevergoeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Werkingssfeer cao PB en cao SFPB
Voor het begrip ‘werkgever’ in de cao PB en cao SFPB is niet vereist dat een onderneming daadwerkelijk werknemers in dienst heeft. Voldoende is dat de (rechts)persoon een bedrijf uitoefent als particuliere beveiligingsorganisatie. Omdat Comfort in de onderzoeksperiode Wpbr-vergunninghouder was, viel zij onder de werkingssfeer van beide cao’s, ook indien zij uitsluitend met zzp’ers werkte. Of tussen Comfort en de beveiligers arbeidsovereenkomsten bestonden, hoeft daarom niet te worden vastgesteld.

Medewerking nalevingsonderzoek
Omdat de cao’s algemeen verbindend waren verklaard, was Comfort verplicht deze na te leven en mee te werken aan het onderzoek van SFPB. Comfort heeft onvoldoende medewerking verleend door de gevraagde gegevens over de ingehuurde zzp’ers niet te verstrekken.

Forfaitaire schadevergoeding
Comfort is daarom in beginsel € 1.500 per week aan forfaitaire schadevergoeding verschuldigd. De kantonrechter kwalificeert deze vergoeding als een boetebeding in de zin van artikel 6:91 BW en matigt de gevorderde € 48.000 op grond van artikel 6:94 BW tot € 24.000. Daarbij weegt mee dat het standpunt van Comfort weliswaar onjuist, maar niet onpleitbaar is en SFPB geen daadwerkelijke schade heeft geleden. Van een ‘criminal charge’ in de zin van artikel 6 EVRM is geen sprake.

Reconventie
De verzoeken van Comfort om bepalingen uit de cao PB nietig te verklaren, te vernietigen of buiten toepassing te laten, worden afgewezen. Een algemeen verbindend verklaarde cao geldt als materieel recht en kan daarom niet worden vernietigd of nietig worden verklaard. Voor buiten toepassing laten bestaat evenmin aanleiding.