Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 2 september 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:8968
Feiten
Werkneemster op 7 februari 2024 in dienst getreden bij werkgeefster, een schoonmaakbedrijf, als medewerkster algemeen schoonmaakonderhoud, waarbij zij op een vaste locatie werkzaam was. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (verder: de cao) van toepassing. Op 12 juni 2025 raakte zij arbeidsongeschikt vanwege een verkeersongeval. Het schoonmaakcontract met betrekking tot de werklocatie van werkneemster werd juridisch op 10 december 2025 overgenomen door een derde partij c.q. de nieuwe opdrachtnemer. Op 11 december 2025 was werkneemster 26 weken arbeidsongeschikt. Op grond van de cao bestaat bij contractswisseling vaak een verplichting voor de nieuwe opdrachtnemer om werknemers over te nemen. Sinds december 2025 ontving werkneemster geen loon meer omdat de oude werkgeefster en de nieuwe opdrachtnemer van mening waren dat de ander daarvoor verantwoordelijk was. De nieuwe opdrachtnemer is van oordeel dat werkneemster feitelijk pas op 15 december met de werkzaamheden begon en op dat moment langer dan 26 weken arbeidsongeschikt was. Werkneemster stelt daartegenover dat de relevante datum de juridische contractswisseling op 10 december 2025 was. Op die datum voldeed zij nog wel aan de voorwaarden voor overname.
Oordeel
Artikel 44 cao bevat een regeling die gaat over de contractswisseling en de verplichte overname van personeel. De partij die het object (in dit geval de locatie) verwerft, moet onder bepaalde voorwaarden aan het personeel een aanbod doen tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst met haar als nieuwe werkgeefster. De gedachte achter artikel 44 cao is dat betrokken werknemers worden beschermd tegen de gevolgen van heraanbesteding van schoonmaak- of glazenwasserswerk voor hun werkgelegenheid. Ten aanzien van de vraag wanneer de nieuwe opdrachtnemer met de feitelijke werkzaamheden is gestart, bestaat tussen partijen discussie. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 18 december 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3634) bij de beoordeling van de datum van de start van de werkzaamheden de beschermingsgedachte van artikel 38 cao (oud), thans artikel 44 cao, betrokken. Naar het oordeel van de kantonrechter kan uit het arrest van de Hoge Raad niet – a contrario – worden afgeleid dat werknemers die ten tijde van de juridische contractswisseling wél voldeden aan alle voorwaarden voor overname van de arbeidsovereenkomst, worden uitgesloten en hun werkgelegenheid verliezen doordat de feitelijke start van de werkzaamheden later is. De datum van de juridische contractswisseling, 10 december 2025, is in dit geval beslissend. De oude werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het salaris over de periode van 1 tot en met 9 december 2025. De nieuwe opdrachtnemer moet vanaf 10 december 2025 het salaris betalen.
