Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 27 augustus 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:5213
Feiten
Werkneemster is in dienst getreden bij werkgever. Werkneemster en werkgever hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar werkneemster heeft deze tijdig ontbonden. Werkneemster stelt dat werkgever daarom het loon dient door te betalen. Werkneemster vordert het achterstallige loon, vermeerderd met de wettelijke rente en wettelijke verhoging, en het salaris zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgever is niet verschenen op de zitting in kort geding. De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen, en daarom is tegen werkgever verstek verleend. Dat betekent dat de vordering van werkneemster niet is tegengesproken. De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en moet dus worden toegewezen. De wettelijke verhoging wordt toegewezen conform artikel 7:625 BW, en de wettelijke rente wordt toegewezen per datum dagvaarding. Werkgever wordt in de proceskosten veroordeeld.
