Rechtspraak
Feiten
Werknemer is per 1 november 2025 in dienst getreden bij werkgever, een eenmanszaak, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden. Werknemer heeft werkgever meermaals verzocht om betaling van zijn loon. Werknemer is in februari 2026 gestopt met werken omdat zijn salaris niet (tijdig) werd betaald en hij geen loonstroken meer ontving. Werknemer heeft zelf een registratie bijgehouden van de door hem gewerkte uren. Bij brief van 27 februari 2026 heeft werknemer werkgever verzocht om het achterstallige loon te betalen. Werknemer vordert de betaling van het achterstallige loon over de periode van 1 november 2025 tot en met 19 februari 2026.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft recht op betaling van achterstallig salaris. Werknemer heeft de vordering onderbouwd aan de hand van een eigen urenregistratie en screenshots van de afspraken met cliënten in het systeem Fresha. Ook heeft werknemer een overzicht van betalingen overgelegd. De kantonrechter oordeelt dat werknemer zijn vordering daarmee voldoende heeft onderbouwd. Werkgever is niet ter zitting verschenen en heeft de vordering van werknemer niet betwist. Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, en wordt toegewezen. Werkgever wordt in de proceskosten veroordeeld.
