Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 28 augustus 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:10250
Feiten
Werknemer is sinds 1 maart 1990 in dienst bij werkgever als ambulancechauffeur. Tot 1 januari 2011 viel hij onder de rechtspositieregeling van de gemeente Rotterdam, die een uitwerking was van de CAR UWO. Vanaf 1 januari 2011 is op hem de cao Ambulancezorg van toepassing. Werknemer is sinds augustus 2020 arbeidsongeschikt geraakt voor zijn oorspronkelijke functie. Omdat terugkeer als ambulancechauffeur niet meer mogelijk was, is hij per 1 september 2022 gaan werken als medisch facilitair medewerker. Tussen partijen staat vast dat Bijlage X bij de cao Ambulancezorg, de FLO-overgangsregeling, op werknemer van toepassing is. Werknemer stelt dat deze bijlage meebrengt dat de voor hem op 1 januari 2011 geldende rechten uit de CAR UWO behouden zijn gebleven. Volgens hem moet werkgever daarom niet de afbouwregeling van de cao Ambulancezorg toepassen, maar de loongarantieregeling uit artikel 9b:25 CAR UWO. Hij verzoekt de kantonrechter om een verklaring voor recht dat hij recht heeft op die maandelijkse garantietoelage, betaling van € 9.896,90 bruto aan achterstallige aanvulling en voortzetting van de aanvulling in de toekomst. Werkgever voert daartegen aan dat de CAR UWO sinds 2011 niet meer van toepassing is en dat uitsluitend de cao Ambulancezorg geldt. Volgens werkgever is de FLO-regeling niet bedoeld om de volledige rechten uit de CAR UWO mee te nemen naar de cao Ambulancezorg, maar slechts om de financiering van opgebouwde levenslooptegoeden te regelen. Verder stelt werkgever dat werknemer vóór 2011 niet rechtstreeks onder de CAR UWO viel, maar onder een eigen gemeentelijke rechtspositieregeling, en dat de standaard-cao Ambulancezorg met haar eigen afbouwregeling niet toestaat dat daarvan wordt afgeweken.
Oordeel
De kantonrechter geeft werknemer gelijk. De bepalingen van Bijlage X moeten volgens de cao-norm objectief worden uitgelegd, waarbij de tekst van de cao en de toelichting beslissend zijn. Uit de tekst volgt dat de rechten op overgangsregelingen ouderenbeleid uit onder meer de CAR UWO voor werknemers die daarop op 1 januari 2011 recht hadden, ongewijzigd behouden zijn gebleven. De verwijzing naar hoofdstuk 9b en 9e CAR UWO betekent dat de daarin opgenomen bepalingen, voor zover zij op werknemer van toepassing waren, ook na de overgang naar de cao Ambulancezorg blijven gelden.
De kantonrechter verwerpt het verweer dat Bijlage X alleen over levenslooptegoed of financiering zou gaan. De regeling ziet juist ook op inkomensbescherming bij arbeidsongeschiktheid en op behoud van werknemersrechten. Ook het argument dat werknemer formeel onder een eigen gemeentelijke rechtspositieregeling viel, helpt werkgever niet. Werkgever heeft erkend dat die regeling een uitwerking van de CAR UWO was, voor 99% gelijk was en niet afweek van hoofdstuk 9b en 9e. Bovendien past werknemer binnen de in Bijlage X onderscheiden categorie van publieke ambulancediensten die onder de CAR UWO vielen. Dat de cao Ambulancezorg vanaf 2011 geldt en een standaard-cao is, staat evenmin aan toepassing van de loongarantieregeling in de weg. De cao Ambulancezorg bevat namelijk zelf het overgangsrecht op grond waarvan de relevante CAR UWO-afspraken behouden blijven voor werknemers die onder Bijlage X vallen.
Werknemer kan geen beroep doen op artikel 9b:20 CAR UWO, omdat hij niet aan de daarvoor geldende leeftijds- en diensttijdvoorwaarden voldoet. Wel is artikel 9b:25 CAR UWO van toepassing. Werknemer is geboren na 1949 en werkte op 1 januari 2006 minder dan twintig jaar in een bezwarende functie. Door zijn herplaatsing als medisch facilitair medewerker heeft hij in het kader van zijn tweede loopbaan een andere functie binnen de organisatie aanvaard. Daarom heeft hij recht op een garantietoelage ter hoogte van het negatieve verschil tussen zijn oude en nieuwe bezoldiging. Werkgever moet werknemer daarom maandelijks een toeslag betalen, berekend op basis van het verschil tussen het toepasselijke brutoreferentiebedrag en het feitelijk ontvangen brutoschaalsalaris, vermeerderd met de feitelijk ontvangen ORT. Daarnaast moet werkgever € 9.896,90 bruto aan achterstallige toelage betalen, vermeerderd met 15% wettelijke verhoging en wettelijke rente vanaf 3 oktober 2024.
