Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Workfriends uitzendbureau B.V. ; Compaxo vlees Zevenaar B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 24 augustus 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6747
Uitzendbureau en inlener zijn hoofdelijk aansprakelijk voor bedrijfsongeval met een elektrische stapelaar.

Feiten

Tussen werknemer en WorkFriends is op 17 oktober 2024 een uitzendovereenkomst tot stand gekomen op basis waarvan werknemer per 17 oktober 2024 ter beschikking is gesteld aan Compaxo om arbeid te verrichten in de functie van inpakker vleesindustrie. Werknemer heeft bij indiensttreding het boekje ‘Werken bij Compaxo Vlees Zevenaar B.V.’ gekregen in de Roemeense taal. In de Nederlandse versie staan hierin onder meer veiligheidsregels opgenomen. Op 16 juni 2025 is tijdens werkzaamheden een collega van werknemer met een elektrische stapelaar over zijn rechtervoet gereden. De bestuurder van de stapelaar reed achteruit de hoek om waar werknemer net, lopend, vandaan kwam. De bestuurder van de stapelaar heeft getoeterd voor de bocht en geschreeuwd. Een andere collega in de buurt schreeuwde ook naar werknemer. Werknemer heeft de claxon niet gehoord. De waarschuwing van zijn collega(’s) heeft hij te laat gehoord. Werknemer droeg op dat moment beschermende oordopjes tegen het lawaai. De bestuurder van de stapelaar reed vervolgens over de rechtervoet van werknemer . Als gevolg hiervan heeft werknemer ernstig voetletsel opgelopen en is het voorste deel van zijn voet geamputeerd. Bij brief van 2 juli 2025 heeft de gemachtigde van werknemer WorkFriends, als zijnde formele werkgever, aansprakelijk gesteld. Compaxo heeft een ongevalsonderzoek gedaan en de resultaten daarvan vastgelegd in een rapportage van 3 oktober 2025. De schadebehandelaar van WorkFriends heeft op 14 oktober 2025 gereageerd naar de gemachtigde van werknemer dat onder de AVB, waar WorkFriends onder valt, schade door motorrijtuigen uitgesloten is van dekking. WorkFriends kan voor deze schade kan ook geen beroep doen op de verzekeringspolis. Bij brieven van 2 juli 2025 en 5 februari 2026 heeft de gemachtigde van werknemer Compaxo, als zijnde materiële werkgever, aansprakelijk gesteld. De verzekeraar van Compaxo heeft bij e-mail van 6 maart 2026 geschreven dat voor ongevallen met de stapelaar geen dekking kan worden verleend omdat die stapelaar ten tijde van het ongeval niet op de lijst van verzekerde werkmaterieelobjecten heeft gestaan. Werknemer heeft zich tot de kantonrechter gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w Rv. In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen. In dit geval ligt de vraag voor of WorkFriends als formele werkgever en/of Compaxo als materiële werkgever aansprakelijk is/zijn voor de door werknemer geleden schade als gevolg van het ongeval.

Oordeel

Het geschil spitst zich toe op de vraag of sprake is geweest van schending van de op Compaxo en/of WorkFriends als materiële respectievelijk formele werkgever rustende zorgplicht. Uit de overgelegde stukken, in het bijzonder de ongevalsrapportage van Compaxo, blijkt dat de bij het ongeval betrokken elektrische stapelaar geen arbeidsmiddel was dat binnen haar organisatie gebruikelijk werd ingezet. Naar het oordeel van de kantonrechter brengt de inzet van de elektrische stapelaar, anders dan gebruikelijk, nog niet mee dat het gebruik daarvan in strijd was met de op de werkgever rustende zorgplicht. Wel is van belang dat de organisatie (van de veiligheid) kennelijk niet op het gebruik van dit type stapelaar was ingericht, het gebruik daarvan (kennelijk) niet bij het opstellen van een RI&E of anderszins bij het beoordelen van veiligheidsrisico’s is betrokken. Juist als een werkgever een van de gebruikelijke situatie afwijkend arbeidsmiddel inzet, dient hij zich ervan te vergewissen dat dit arbeidsmiddel veilig binnen de bestaande werkomgeving kan worden gebruikt en zo nodig de inrichting van de werkplek en de wijze van werken daarop aan te passen. Dat dit gebeurd is, is gesteld noch gebleken, integendeel. Nu Compaxo en WorkFriends niet, laat staan gemotiveerd, hebben betwist dat de op (één van) hen rustende zorgplicht is geschonden, moet daarvan reeds om die reden van worden uitgegaan. Reeds daarmee staat de aansprakelijkheid van beide werkgevers vast. Ten overvloede overweegt te kantonrechter dat ook uit de stukken genoegzaam volgt dat van schending van de zorgplicht door in ieder geval Compaxo sprake is geweest. Vaststaat dat er ten tijde van het ongeval geen spiegels waren geplaatst om het zicht bij de betreffende manoeuvre te verbeteren. Daargelaten dat Compaxo en WorkFriends niet hebben betwist dat zij hun zorgplicht hebben geschonden, volgt uit het vorenstaande ook dat van Compaxo, bij het inzetten van de elektrisch aangedreven stapelaar met sta-plateau, verwacht had mogen worden dat zij de risico’s daarvan (beter) had geïnventariseerd en meer veiligheidsmaatregelen had genomen, maatregelen die Compaxo wel na het ongeval heeft genomen en die, als zij eerder waren genomen, het ongeval mogelijk hadden kunnen voorkomen. Het zijn maatregelen waarvan in redelijkheid van Compaxo verwacht had mogen worden die voorafgaand aan het inzetten van de stapelaar te nemen. Nu zij dat heeft nagelaten, heeft zij haar zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW geschonden. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Compaxo niet heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 BW. De verzochte verklaring voor recht zal dan ook worden gegeven in die zin dat Compaxo en WorkFriends beide, hoofdelijk, aansprakelijk zijn. Het verzochte voorschot aan smartengeld wordt toegewezen.