Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 14 augustus 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6740
Feiten
Werkneemster is in dienst bij Wageningen University & Research (hierna: ‘WUR’). Als voorbereiding op een uitzending naar Somalië en Zuid-Sudan in juli 2023 heeft werkneemster in opdracht van WUR in juni 2023 een meerdaagse HEAT-course (Hostile Environment Awareness Training) gevolgd bij het trainingsinstituut Stichting Centre for Safety and Development (hierna: ‘CSD’). Onderdeel van de training was een simulatie waarbij cursisten dekking moesten zoeken onder geweervuur en een acteur die zich voordeed als slachtoffer. Tijdens de simulatie zijn de deelnemers, onder wie werkneemster, de bosjes in gerend. Werkneemster is daarbij ten val gekomen waarbij zij letsel heeft opgelopen aan haar rechterenkelgewricht. Bij brief van 25 augustus 2023 heeft de Arbeidsinspectie laten weten geen onderzoek in te stellen naar het ongeval omdat werkneemster tijdens de training/opleiding onder het gezag van het opleidingsinstituut viel en er geen sprake was van werkgever-/werknemerschap. WUR heeft verzocht om voornoemde beslissing te herzien, maar bij brief van 30 november 2023 heeft de Arbeidsinspectie het herzieningsverzoek afgewezen. Bij brief van 16 mei 2024 heeft werkneemster WUR aansprakelijk gesteld voor het ontstaan en de gevolgen van het ongeval op grond van artikel 7:658 BW.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. In dit geval verschillen partijen van mening over de vraag of WUR aansprakelijk is voor de door werkneemster gestelde schade als gevolg van het ongeval tijdens de HEAT-course. Bij de beoordeling van de vraag of WUR aan haar zorgplicht heeft voldaan, is van belang welke concrete instructies aan de deelnemers zijn gegeven en of deze instructies, mede gelet op de aard van de oefening en de daaraan verbonden risico’s, voldoende waren. Partijen verschillen wezenlijk van mening over de inhoud van de instructies en over de vraag welke aandacht voorafgaand aan de simulatieoefening is besteed aan de risico’s van het terrein en aan de wijze waarop deelnemers daarop moesten reageren. Zonder nadere bewijslevering kan hierover geen oordeel worden gegeven. Daarnaast verschillen partijen van mening over de omstandigheden van het terrein waarop het ongeval heeft plaatsgevonden. Ook ten aanzien hiervan is nader feitenonderzoek noodzakelijk. De hiervoor genoemde geschilpunten raken rechtstreeks aan de vraag of WUR heeft voldaan aan de op haar rustende zorgplicht van artikel 7:658 BW. Voor beantwoording daarvan is nadere bewijslevering nodig. Een dergelijk onderzoek gaat het kader van een deelgeschilprocedure te buiten. Het geschil is daarom naar het oordeel van de kantonrechter niet geschikt voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Het verzoek zal daarom worden afgewezen op grond van artikel 1019z Rv.
