Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Aegon Levensverzekeringen N.V. & Athlon Car Lease International B.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 25 augustus 2026
ECLI:NL:GHDHA:2026:2653
Werkgeefster is op grond van de basispensioenregeling – waarin de PMT-pensioenregeling vrijwillig wordt gevolgd – niet gehouden de door PMT doorgevoerde indexering aan werknemer toe te kennen, nu zij de eerder door PMT toegepaste kortingen mocht inlopen.

Feiten

Werknemer is van 7 september 1970 tot 1 augustus 1999 in dienst geweest bij Unilease B.V., een rechtsvoorganger van Athlon Car Lease International B.V. (hierna: ‘Athlon’). Sinds 1 november 2016 ontvangt werknemer van Aegon een pensioenuitkering. Werknemer heeft gedurende zijn dienstverband bij Athlon deelgenomen aan een pensioenregeling die bestond uit een basispensioenregeling en een excedentregeling. Beide regelingen waren ondergebracht bij Aegon Levensverzekeringen N.V. (hierna: ‘Aegon’). In de basispensioenregeling werd de pensioenregeling van het bedrijfspensioenfonds voor de Metaal en Technische bedrijfstakken (hierna: ‘PMT’) vrijwillig gevolgd. PMT heeft als gevolg van een te lage dekkingsgraad de pensioenen in 2013 en 2014 gekort. Aegon heeft deze korting niet doorgevoerd, omdat zij dit als pensioenverzekeraar (anders dan PMT als pensioenfonds) niet mocht. In 2022, 2023 en 2024 heeft PMT de pensioenen van de deelnemers en pensioengerechtigden geïndexeerd. Aegon heeft de indexeringen uit 2022 en 2023 niet gevolgd en die uit 2024 slechts gedeeltelijk, omdat zij van mening is dat zij pas gehouden is tot indexering nadat de kortingen zijn ingelopen. Werknemer meent daarentegen dat Aegon onvoorwaardelijk dient te indexeren. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. Partijen strijden over de vraag of Aegon gehouden is de door PMT in 2022 en 2023 doorgevoerde indexering ook aan werknemer toe te kennen. Het hof overweegt dat, omdat de PMT-regeling geen pensioenopbouw kende boven de maximale pensioengrondslag, de excedentregeling – die juist zag op pensioenopbouw boven de maximale pensioengrondslag van de PMT-regeling – per definitie niet gelijk was aan de PMT-regeling. Niet valt in te zien dat werknemer er toch gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat het excedentdeel op gelijke wijze zou worden geïndexeerd als het basisdeel/de PMT-regeling. Naar het oordeel van het hof volgt uit de bewoordingen van de pensioenregeling van Unilease dat is beoogd de basispensioenregeling zo veel mogelijk gelijk te doen zijn aan de pensioenregeling van PMT. Dit betekent onder meer dat de pensioenuitkeringen aan deelnemers van deze pensioenregeling in beginsel gelijk dienen te zijn aan (en dus niet hoger, maar ook niet lager dan) de pensioenuitkering die deelnemers aan de PMT-pensioenregeling ontvangen. In de basispensioenregeling is niet (expliciet) voorzien in de situatie dat PMT de pensioenaanspraken en rechten van haar pensioengerechtigden juist vermindert op grond van artikel 134 Pw. Aegon, (als verzekeraar), is anders dan PMT (als pensioenfonds) wettelijk niet bevoegd om dat te doen. Daardoor kon Aegon de pensioenaanspraken en -uitkeringen niet langer gelijk houden aan die van PMT. Werknemer heeft als gevolg daarvan tussen 2016 en 2022 jaarlijks hogere pensioenuitkeringen ontvangen dan hij zou hebben ontvangen als hij een directe deelnemer aan de pensioenregeling van PMT was geweest. Toen PMT in 2022, 2023 en 2024 de pensioenen weer verhoogde door middel van indexatie, kon Aegon de uitkeringen van werknemer terug in lijn brengen met de bedoeling van de basispensioenregeling door niet – net als PMT – te verhogen, maar pas tot verhoging over te gaan op het moment dat de uitkering die werknemer zou hebben gehad van PMT indien hij deel zou hebben genomen aan de PMT-regeling, weer gelijk was aan de uitkering die werknemer van Aegon ontving. Dat de pensioenregeling van Unilease in een dergelijke situatie “inlopen” toestaat, is ook het aannemelijkste rechtsgevolg. Deze handelwijze is niet in strijd met artikel 134 Pw, al was het maar omdat toekenningen van toeslagen op pensioenuitkeringen als hier aan de orde (voorwaardelijke indexatie) niet zijn aan te merken als verworven pensioenaanspraken of pensioenrechten. De conclusie is dat de grieven van werknemer falen. Aegon mocht de kortingen van PMT in 2013 en 2014 inlopen voordat zij het pensioen van werknemer verhoogde door middel van indexatie.