Rechtspraak
Feiten
Werknemer is sinds 1 juni 2020 in dienst bij werkgever. Op 28 januari 2026 heeft werknemer zich ziek gemeld. Werkgever heeft werknemer op 4 februari 2026 een beëindigingsovereenkomst voorgelegd. Werknemer heeft de voorgestelde beëindiging niet geaccepteerd en heeft de overeenkomst ook niet ondertekend. Op de loonstrook van januari 2026 staat een uitdiensttreding per 31 januari 2026 vermeld. Werknemer heeft bij brief werkgever aangemaand om het salaris te betalen vanaf 1 januari 2026. Bij brief van 8 april 2026 heeft werknemer het dienstverband met onmiddellijke ingang beëindigd omdat werkgever het salaris meer dan drie maanden niet heeft betaald. Werknemer verzoekt betaling van o.a. de transitievergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en achterstallig loon.
Oordeel
Als niet weersproken staat vast dat werkgever het loon vanaf 1 januari 2026 niet meer heeft betaald. Het in januari 2026 betaalde loon heeft betrekking op de maand december 2025. Op 8 april 2026 heeft werknemer het dienstverband met onmiddellijke ingang opgezegd wegens het uitblijven van de loonbetalingen. Wellicht ten overvloede: werkgever is in de procedure niet verschenen en heeft dus niet het standpunt ingenomen dat op een eerder moment een einde is gekomen aan de arbeidsovereenkomst. Werknemer stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst tot en met 8 april 2026 heeft doorgelopen en dat standpunt is dus niet bestreden of weerlegd. In deze procedure wordt er daarom van uitgegaan dat het dienstverband tot en met 8 april 2026 heeft voortgeduurd. Het niet (tijdig) betalen van loon is een van de in de wet genoemde redenen voor een werknemer om ontslag op staande voet te nemen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer daarom terecht ontslag op staande voet genomen. Omdat werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door werknemer een dringende reden te geven voor een ontslagname op staande voet, heeft werknemer recht op betaling van een aantal vergoedingen, namelijk de transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, het (niet betaalde) loon van 1 januari 2026 tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt (8 april 2026) en opgebouwde maar niet genoten verlofuren, TVT-uren en vakantiegeld.
