Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Enschede), 4 augustus 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:4991
Feiten
EPS is een pakketbezorgbedrijf. Werknemer wilde bij EPS in dienst treden als pakketbezorger, waarover werknemer en EPS contact hadden via WhatsApp. Op enig moment heeft EPS een (concept)arbeidsovereenkomst aan werknemer gestuurd. EPS heeft in februari 2025 een bedrag van € 87,28 uitbetaald. Vervolgens heeft EPS – na het uitbrengen van de dagvaarding door werknemer – nog een bedrag van € 530,20 (bruto) en de reserveringen uitbetaald. Werknemer vordert samengevat veroordeling van EPS tot betaling van een bedrag aan achterstallig loon (inclusief toeslag over overuren).
Oordeel
Tussen partijen is in geschil vanaf welk moment werknemer in dienst is getreden bij EPS, en hoeveel uren hij heeft gewerkt. Werknemer stelt dat hij van 31 januari 2025 tot en met 20 februari 2025 heeft gewerkt voor EPS. EPS voert op haar beurt aan dat werknemer pas vanaf 6 februari 2025 bij haar in dienst was. Over de meeloopperiode tot 6 februari 2025 had werknemer recht op een meeloopvergoeding van € 50 per dag, aldus EPS. De kantonrechter is van oordeel dat werknemer vanaf 31 januari 2025 werkzaam was voor en volwaardig in dienst was bij EPS. Dat blijkt uit de overgelegde arbeidsovereenkomst en uit het contact dat partijen hadden rond het sluiten van de arbeidsovereenkomst. Daarin is niet vermeld dat er sprake zou zijn van een proef- of inwerkperiode. Daarom heeft werknemer ook recht op het volledige uurloon tot het einde van het dienstverband. Ten aanzien van de gewerkte uren stelde werknemer dat zijn werkdag om 05.00 uur begon. De kantonrechter oordeelde echter dat niet voldoende was onderbouwd dat hij vanaf dat tijdstip werkzaamheden verrichtte. Op basis van de WhatsApp-correspondentie werd 06.45 uur als starttijd van de werkdag aangehouden. Over het einde van de werkdag oordeelde de kantonrechter dat de tijd die werknemer nodig had voor het wegbrengen van de bus en het afhandelen van niet-bezorgde pakketten wel als werktijd moest worden beschouwd, omdat hij daarvoor nog verantwoordelijk was. Voor de ziektedag op 11 februari 2025 had werknemer recht op loon over acht uur, omdat uit de urenoverzichten bleek dat hij dagelijks ongeveer acht uur werkte. De vordering voor loon over zondag 2 februari 2025 werd afgewezen, omdat werknemer onvoldoende had onderbouwd dat hij die dag werkzaamheden had verricht. Op basis van de urenoverzichten berekende de kantonrechter dat werknemer in totaal 59 uur en 17 minuten had gewerkt. EPS had slechts 40 uur en 37 minuten uitbetaald. Daarom had werknemer nog recht op loon over 18 uur en 40 minuten. Daarnaast had werknemer volgens de cao recht op een overwerktoeslag. De kantonrechter stelde vast dat hij 4 uur en 15 minuten overwerk had verricht en kende daarvoor een bedrag van € 19,11 bruto toe. Verder kende de kantonrechter een wettelijke verhoging van 25% toe wegens te late loonbetaling. Ook moest EPS de kosten van de door werknemer aangevraagde VOG vergoeden, omdat deze noodzakelijk was voor de functie en EPS erkend had dergelijke kosten aan chauffeurs te vergoeden.
