Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 27 juli 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:7613
Vernietiging ontslag op staande voet. Switch/berusting in einde dienstverband. Beoordeling gefixeerde schadevergoeding, transitievergoeding en billijke vergoeding.

Feiten

Werknemer is sinds 1 december 2025 in dienst bij werkgeefster in de functie van zelfstandig werkend kok, met een loon van € 2.983,59 bruto per maand, op basis van 38 uur per week. Op 21 maart 2026 is werknemer op staande voet ontslagen. Hij heeft vanaf 1 augustus 2026 een nieuwe baan. Werknemer heeft tijdens de mondelinge behandeling de switch gemaakt en verzoekt de kantonrechter nu nog uitsluitend om een billijke vergoeding toe te kennen die gelijk is aan het (fictieve) salaris van 1 februari 2026 tot 1 augustus 2026 te vermeerderen met de wettelijke verhoging en rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Werkgeefster is niet in de procedure verschenen. 

Oordeel

De dringende reden die is meegedeeld moet worden beoordeeld als werkweigering, zoals blijkt uit de e-mail van 21 maart 2026 van werkgeefster. Het verwijt dat werknemer treft, is dat hij drie dagen op rij niet is verschenen op het werk. Werknemer voert aan dat er geen sprake is van herhaaldelijke werkweigering en dat hij gegronde redenen had om niet op het werk te verschijnen omdat werkgeefster al enige tijd het salaris niet had uitbetaald. Daarnaast had hij werkgeefster medegedeeld dat hij zijn werkzaamheden opschortte zolang hij niet betaald kreeg. Ook stonden er in het rooster zodanig onrealistische roostertijden dat deze niet meer te beschouwen waren als redelijke instructies van werkgeefster. Van hem kon ook daarom niet verwacht worden hieraan te voldoen. Naar het oordeel van de kantonrechter is werkgeefster in de fout gegaan door zonder geldige reden het salaris niet uit te betalen. Werknemer kan en mag zich dan bedienen van het hem ten dienste staande middel van opschorting, dus de op hem rustende prestatie niet verrichten zolang de ander niet aan zijn verplichting voldoet. Dit betekent dat er geen legitieme reden was voor een ontslag op staande voet. Het handelen van werkgeefster kwalificeert als ernstig verwijtbaar. Werkgeefster wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris en vakantiegeld, de gefixeerde schadevergoeding, de transitievergoeding en een billijke vergoeding.