Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/ werknemer
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 5 augustus 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:9867
Werknemer is aansprakelijk voor schade die werkgeefster heeft geleden. Dat werknemer al ‘bestraft’ is met een ontslag op staande voet, laat de mogelijkheid om schade op grond van artikel 6:74 BW te verhalen onverlet.

Feiten

Werknemer is vanaf 1 december 2012 bij werkgeefster in dienst geweest in de functie van projectleider. In de arbeidsovereenkomst zijn een concurrentie- en een nevenwerkzaamhedenbeding opgenomen. Als projectleider was werknemer verantwoordelijk voor het relatiebeheer van een aantal klanten, waaronder het bedrijf EVO Exhibits L.L.C. (hierna: EVO). In januari 2019 heeft werknemer aan zijn contactpersoon bij EVO, X, geschreven dat hij aan het kijken is naar mogelijkheden in de toekomst en vraagt of EVO mogelijkheden ziet om op een andere manier samen te werken. In de periode januari 2019 tot en met juli 2022 hebben werknemer en X regelmatig whatsappcontact gehad. In maart 2025 is werkgeefster er door één van haar medewerkers op gewezen dat werknemer onder werktijd een beursstand aan het opzetten was voor een klant waar geen opdracht van uitstond bij werkgeefster. Naar aanleiding van deze melding heeft werkgeefster een IT-leverancier ingeschakeld om de zakelijke laptop van werknemer uit te lezen. In de laptop zijn berichten tussen werknemer en X gevonden, evenals door werknemer opgestelde offertes, kostenbegrotingen en ontwerpen voor projecten van EVO die niet aan werkgeefster waren uitbesteed. Op 28 maart 2025 heeft werkgeefster werknemer gehoord over de uit zijn laptop verkregen informatie. Werknemer heeft toen erkend dat hij nevenwerkzaamheden voor EVO heeft verricht, dat hij zich ervan bewust was wat voor consequenties dat zou kunnen hebben en dat hij ‘op een dun lijntje liep’. In het gesprek op 28 maart 2025 heeft werkgeefster werknemer op staande voet ontslagen. Bij brief van 17 april 2025 heeft werkgeefster werknemer aansprakelijk gesteld voor door haar geleden schade als gevolg van het handelen van werknemer. Op 4 augustus 2025 heeft de kantonrechter in Utrecht geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is verleend.  Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep ingesteld. In onderhavige procedure vordert werkgeefster betaling van schadevergoeding.

Oordeel

Het staat vast dat werknemer tijdens zijn dienstverband concurrerende nevenwerkzaamheden voor eigen gewin heeft verricht. Daarmee heeft hij het overeengekomen nevenwerkzaamhedenbeding geschonden en gehandeld in strijd met het beginsel van goed werknemerschap. Dit levert een tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst op die werknemer is toe te rekenen. Bovendien is het handelen van werknemer ook zonder nevenwerkzaamhedenbeding ontoelaatbaar/onrechtmatig, zodat de tekortkoming ook in dat geval aan hem is toe te rekenen. Werknemer is op grond van artikel 6:74 BW aansprakelijk voor schade die werkgeefster heeft geleden als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van werknemer. Dat werknemer vanwege dezelfde gedragingen al ‘bestraft’ is met een ontslag op staande voet, laat de mogelijkheid van werkgeefster om haar schade op grond van artikel 6:74 BW te verhalen onverlet. Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van € 198.859,11 aan gederfde winst, “expedia-punten” en de gefixeerde schadevergoeding.