Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 31 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6227
Feiten
Werkneemster is per 1 juli 1993 in dienst getreden bij Stichting Radboud Universitair Medisch Centrum (hierna: Radboud) in de functie van radiotherapeutisch laborante. Liberty Specialty Markets Europa S.À R.L. (hierna: Liberty) is de aansprakelijkheidsverzekeraar van Radboud. In januari 2018 is werkneemster volledig ziekgemeld, in maart 2018 is zij geopereerd aan haar rechterschouder. Werkneemster heeft Radboud in mei 2019 aansprakelijk gesteld voor de schade die zij in de uitoefening van haar werkzaamheden stelt te hebben geleden. De schade zou zijn ontstaan bij incidenten die in 2012, 2014 en 2017 hebben plaatsgevonden. Radboud heeft de aansprakelijkheid bij e-mail van 1 november 2019 afgewezen. In een UWV-rapport uit juni 2020 is geconcludeerd dat werkneemster de eigen werkzaamheden niet meer kon verrichten. Inmiddels ontvangt werkneemster een IVA-uitkering en is het dienstverband geëindigd. Werkneemster vordert, onder meer, een verklaring voor recht dat Radboud aansprakelijk is voor de schade van de arbeidsongevallen die haar zijn overkomen.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat werkneemster (in ieder geval enige) schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden. Ten aanzien van de incidenten uit 2014 en 2017 geldt daarnaast dat Radboud en Liberty de feitelijke toedracht daarvan, zoals deze door werkneemster is beschreven, niet, althans nauwelijks, hebben betwist, zodat in het hiernavolgende van de juistheid daarvan kan worden uitgegaan. Ook de veiligheidsdeskundige van Radboud en de bedrijfsarts zijn van de feitelijke toedracht van de incidenten uitgegaan en hebben de incidenten als bedrijfsongevallen aangemerkt. Hoewel uit de stukken blijkt dat de klachten aan de rechterschouder al voor de incidenten speelden, is op zijn minst komen vast te staan dat de klachten aan de rechterschouder van werkneemster in ieder geval zijn verergerd door de incidenten. Na het eerste incident is werkneemster minder gaan werken; uit de medische rapporten volgt een verergering van de klachten aan de schouder. Vervolgens is zij weer haar eigen werkzaamheden gaan verrichten. Na een nieuw incident op 20 juli 2017 heeft werkneemster zich opnieuw met pijnklachten aan de rechterschouder bij de huisarts gemeld. Dat de klachten aan de rechterschouder van werkneemster volledig zijn terug te voeren op aanlegfactoren dan wel privébelasting, waaronder mantelzorg en werkzaamheden op het eigen agrarische bedrijf, zoals Radboud en Liberty hebben gesteld, heeft werkneemster gemotiveerd betwist en is, bij gebreke van een deugdelijke onderbouwing daarvan van de kant van Radboud en Liberty, niet komen vast te staan. De kantonrechter is van oordeel dat Radboud in de gegeven omstandigheden al die maatregelen heeft genomen die redelijkerwijs van haar verwacht mochten worden. Radboud voerde structureel arbobeleid met RI&E’s, plannen van aanpak en maatregelen tegen fysieke belasting. Hieruit volgden geen specifieke risico’s of tekortkomingen rond de incidenten. De benodigde tilhulpmiddelen waren aanwezig. Radboud diende niet over een geavanceerde tafel te beschikken die patiënten automatisch draait, gelet op zowel de kosten als het feit dat een dergelijke tafel het incident in 2014 waarschijnlijk niet had voorkomen. Medewerkers kregen voorlichting. Een extra medewerker had het incident in 2014, waarbij een patiënt een onverwachte beweging maakte, waarschijnlijk niet voorkomen. Werkneemster wordt in de proceskosten veroordeeld.
