Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting University College Roosevelt
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 28 oktober 2025
ECLI:NL:GHSHE:2025:2971
Geschil over de functietitel met betrekking tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Een benoemingsbesluit tot hoogleraar door het bevoegde orgaan ontbreekt.

Feiten

Werknemer is in dienst van Stichting University College Roosevelt (hierna: UCR). Hij werd in 2013 door het Familiefonds Hurgronje benoemd tot bijzonder hoogleraar op de leerstoel “Geschiedenis van Zeeland in de Wereld” voor vijf jaar. Deze benoeming werd eenmaal verlengd tot 1 januari 2023. In arbeidsovereenkomsten met UCR werden termen gebruikt als “professor”, “full professor” en “endowed chair”. Volgens werknemer heeft hij recht op de titel en functie van hoogleraar. Volgens UCR is dat niet zo: werknemer is weliswaar eerder benoemd tot bijzonder hoogleraar, maar die benoeming gold voor een bepaalde tijd en deze is inmiddels verstreken. In eerste aanleg heeft werknemer onder meer gevorderd dat de kantonrechter voor recht verklaart dat tussen hem en UCR een arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd en inhoudt een vaste aanstelling van in totaal 0,5 fte, meer specifiek onderverdeeld in een vaste aanstelling voor 0,2 fte als hoogleraar en een vaste aanstelling voor 0,3 fte als universitair hoofddocent. De kantonrechter heeft UCR in het gelijk gesteld en de vorderingen van werknemer afgewezen. Het hof is van oordeel dat het hoger beroep van werknemer tegen het oordeel van de kantonrechter niet slaagt.

Oordeel

Volgens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek kan iemand alleen hoogleraar zijn als een bevoegd orgaan hem daartoe benoemt. UCR is zelf niet bevoegd om hoogleraren te benoemen. Werknemer had geen benoemingsbesluit van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht als gewoon hoogleraar. Uit de documenten blijkt juist dat hij als bijzonder hoogleraar was benoemd op een bijzondere leerstoel en voor een beperkte termijn. De termen in zijn arbeidsovereenkomsten konden werknemer niet automatisch de juridische status van gewoon hoogleraar geven. Het hof oordeelt dat werknemer juridisch gezien geen gewoon hoogleraar was, maar een tijdelijk benoemde bijzonder hoogleraar. Omdat die benoeming verstreken is en UCR niet bevoegd is om hoogleraren te benoemen, kan hij geen blijvend recht op het hoogleraarschap claimen.