Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 10 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6178
Dringende reden voor ontslag op staande voet ontbreekt. Transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding worden afgewezen. Vordering fooi wordt wel toegewezen.

Feiten

Werkneemster is sinds 9 juli 2025 als horecamedewerkster in dienst bij werkgever op basis van een dienstverband van 30 uur per week voor bepaalde tijd met een loon van € 1.919,66 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag. De Horeca-cao 2025-2026 is van toepassing. Werkneemster neemt op woensdag 28 januari 2026 ontslag op staande voet met als dingende redenen te late loonbetalingen en niet uitbetalen van fooi, een onveilige en onprettige werksfeer en het niet kunnen nemen van pauzes. Werkneemster verzoekt werkgever onder meer te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding, uitbetaling van fooien en betaling van een deugdelijke en volledige eindafrekening. Werkgever stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een dringende reden. Werkneemster heeft er volgens werkgever zelf voor gekozen om het werk neer te leggen en het dienstverband te beëindigen, zonder op dat moment mede te delen dat zij ontslag op staande voet nam en een dringende reden mede te delen. 

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een dingende reden voor ontslag op staande voet. Het loon was slechts beperkt te laat betaald (enkele dagen in twee maanden) en niet zodanig structureel dat dit een dringende reden opleverde. De klachten over de werksfeer en omgang met personeel waren onvoldoende onderbouwd. Hoewel het gedrag van werkgever niet altijd netjes was, werd het niet als onacceptabel of ontoelaatbaar aangemerkt. De stelling dat werkneemster geen pauzes kon nemen was onvoldoende bewezen. Voor zover werkneemster ook aan haar ontslag op staande voet ten grondslag legt dat er geen nieuwe schriftelijke arbeidsovereenkomst is aangeboden, dan levert dat naar het oordeel van de kantonrechter - onder verwijzing naar artikel 7:668 lid 4 onder b BW - evenmin een dringende reden op. De verzoeken tot betaling van een transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding worden afgewezen. Werkneemster claimt een bedrag van ruim € 2.600 aan fooi. Werkgever liet werknemers kiezen tussen fooien ontvangen of onbeperkt eten en drinken. De rechter is van oordeel dat een dergelijke regeling ongeldig is en kent uiteindelijk een geschat fooibedrag van € 114 netto toe. Werkgever had volgens de kantonrechter een cent per gewerkt uur te weinig betaald. Daarom moet werkgever nog € 8,09 bruto inclusief vakantiegeld betalen.