Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 13 juli 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:7682
Feiten
Werknemer is per 1 mei 2025 in dienst getreden bij Pompstation B.V. (hierna: Pompstation). Pompstation heeft werknemer op 11 april 2025 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd toegestuurd, die hij op 17 april 2025 ondertekend retour stuurde. Pompstation ondertekende deze overeenkomst niet. Volgens de overeenkomst eindigde het dienstverband van rechtswege op 31 januari 2026, bedroeg het salaris € 3.500 bruto per maand en kwam daar 8% vakantietoeslag bovenop. Pompstation stelt echter dat er sprake was van een foutief concept en dat partijen mondeling een arbeidsovereenkomst tot 1 mei 2026 waren overeengekomen, met een salaris van € 3.500 bruto inclusief vakantietoeslag. De loonstroken vermeldden een salaris van € 3.240,74 en een vakantiegeldcomponent van € 259,26. Werknemer zegt het dienstverband op 26 februari 2026 per mail op tegen 31 maart 2026. Werknemer vordert een aanzegvergoeding, betaling van vakantie- en overuren en vakantietoeslag, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. De door werknemer ondertekende arbeidsovereenkomst moet als geldende overeenkomst worden aangemerkt. Pompstation heeft niet aangetoond dat werknemer ervan op de hoogte was dat het hem toegestuurde document een foutief concept was. De aanzegvergoeding wordt echter niet toegekend. De verplichting om aan te zeggen ontstond op 31 december 2025, terwijl werknemer zijn verzoekschrift pas op 3 april 2026 indiende. Daarmee is de wettelijke vervaltermijn van drie maanden verstreken en is werknemer niet-ontvankelijk in dit verzoek. Het verzoek om betaling van vakantie- en overuren wordt eveneens afgewezen. Pompstation heeft voldoende onderbouwd dat de niet-opgenomen vakantie-uren bij de eindafrekening zijn uitbetaald. De overuren vielen volgens de arbeidsovereenkomst binnen de regeling waarbij maximaal 10% meeruren in het salaris zijn inbegrepen. Ook het verzoek om vakantietoeslag wordt afgewezen. Hoewel de schriftelijke arbeidsovereenkomst vermeldt dat vakantietoeslag boven op het salaris wordt betaald, blijkt uit de loonstroken dat werknemer gedurende het hele dienstverband een salaris inclusief vakantietoeslag ontving. Hij heeft daar nooit bezwaar tegen gemaakt. Op grond van de Haviltex-maatstaf mocht Pompstation daarom aannemen dat partijen feitelijk een salaris inclusief vakantietoeslag waren overeengekomen. De verzoeken om wettelijke verhoging, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en een specificatie worden eveneens afgewezen. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.
