Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 27 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:19580
Feiten
Werknemer is op 26 juni 2019 in dienst getreden bij werkgever in de functie van medewerker verkoopklaar. Hij had laatst een arbeidsovereenkomst voor 36 contracturen per vier weken. Op de arbeidsovereenkomst is de VGL-cao van toepassing. In de cao is bepaald dat onder het begrip loon wordt verstaan het brutoloon, vermeerderd met eventuele over- en meeruren en provisie. Toeslagen voor bijzondere uren vallen uitdrukkelijk niet onder dit loonbegrip. Het all-in uurloon bestaat uit het uurloon, verhoogd met ADV, vakantie-uren en vakantietoeslag. De cao bepaalt dat bij werken op zondag een toeslag van 50% dan wel 100% op het uurloon wordt betaald. Daarnaast bepaalt de cao dat de werkgever tijdens ziekte gedurende de eerste 26 weken 100%, de daaropvolgende 26 weken 90% en gedurende het tweede ziektejaar 80% betaalt van het loon waarop de werknemer bij normale functie-uitoefening recht zou hebben gehad. Werknemer heeft zich op 8 april 2024 ziekgemeld. Werknemers met een contract van 12 uur per week of minder worden aangemerkt als kort-parttimers (KPT’ers) en ontvangen een KPT-toeslag. Deze toeslag bestaat naast de verhogingen die deel uitmaken van het all-in uurloon uit tijd-voor-tijd en winstuitkering en betreft een vast percentage over het uurloon.
Werknemer verzoekt uitbetaling van de zondagtoeslag tijdens zijn arbeidsongeschiktheid en daarnaast betaling van de KPT-toeslag over de zondagtoeslag over de periode voorafgaand aan zijn arbeidsongeschiktheid. Hij voert aan dat hij vóór zijn ziekmelding structureel op zondag werkte en daardoor structureel een zondagtoeslag ontving. Volgens hem moet tijdens arbeidsongeschiktheid het loon worden betaald waarop hij bij normale functie-uitoefening recht zou hebben gehad. Daarnaast stelt hij dat de zondagtoeslag had moeten worden berekend over het all-in uurloon, zodat ook de KPT-toeslag daarover verschuldigd is. Ook stelt hij dat de zondagtoeslag op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag loon is waarover onder meer vakantietoeslag moet worden berekend. Werkgever voert aan dat de zondagtoeslag tijdens arbeidsongeschiktheid niet hoeft te worden uitbetaald, omdat de cao hiervan op een voor de werknemer gunstige wijze afwijkt. Verder stelt werkgever dat de KPT-toeslag uitsluitend wordt berekend over het uurloon en dat de zondagtoeslag daar niet onder valt.
Oordeel
De kantonrechter stelt voorop dat bepalingen uit een cao volgens de cao-norm moeten worden uitgelegd. Daarbij zijn de bewoordingen van de cao, gelezen in het licht van de gehele tekst, bepalend. De kantonrechter oordeelt dat de zondagtoeslag niet onder het loonbegrip van de cao valt. Dit betekent dat deze toeslag ook niet wordt meegenomen bij de berekening van de loondoorbetaling tijdens arbeidsongeschiktheid. Dat werknemer structureel op zondag werkte en daardoor steeds een zondagtoeslag ontving, maakt dit niet anders. Vervolgens beoordeelt de kantonrechter of de cao-regeling in strijd is met de wettelijke regeling voor loondoorbetaling tijdens ziekte. De wettelijke regeling geeft recht op minimaal 70% van het loon, waarbij ook vaste toeslagen kunnen meetellen. Van dit minimum mag niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken. De cao kent echter een hogere loondoorbetaling van 100%, 90% en 80%. Werkgever heeft voldoende onderbouwd dat werknemer gedurende zijn arbeidsongeschiktheid steeds meer heeft ontvangen dan het wettelijke minimum, ook wanneer rekening wordt gehouden met de zondagtoeslag. Daarom is sprake van een gunstige afwijking voor de werknemer. Werknemer kan daarom geen aanspraak maken op een hogere betaling dan het wettelijke minimum.
