Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 10 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4629
Feiten
Een directeur-bestuurder treedt op 15 januari 2026 in dienst bij werkgeefster. Op 6 juni 2026 schorst de raad van toezicht haar wegens een verstoorde arbeidsrelatie en kondigt aan haar als statutair bestuurder te willen ontslaan. De directeur-bestuurder stelt dat er geen rechtsgeldige benoeming tot statutair bestuurder heeft plaatsgevonden en dat zij daarom uitsluitend werkneemster is en ontslagbescherming geniet. Werkgeefster stelt zich op het standpunt dat zij wel statutair bestuurder is. De directeur-bestuurder vordert in kort geding wedertewerkstelling en doorbetaling van haar loon.
Oordeel
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De directeur-bestuurder heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen, omdat op dezelfde dag een vergadering plaatsvindt waarin haar voorgenomen ontslag als statutair bestuurder aan de orde is. Aan een inhoudelijke beoordeling van de gevorderde wedertewerkstelling en loondoorbetaling wordt alleen toegekomen indien voldoende aannemelijk is dat zij uitsluitend werkneemster is en haar daarom een beroep op titel 10 van Boek 7 BW toekomt. Dat is niet het geval. Volgens de statuten is de raad van toezicht bevoegd de statutair bestuurder te benoemen en een benoemingsbesluit is vormvrij, zodat een afzonderlijk schriftelijk benoemingsbesluit niet is vereist. De arbeidsovereenkomst, de interne communicatie en de inschrijving in het Handelsregister maken voorshands voldoende aannemelijk dat de raad van toezicht haar tot statutair bestuurder heeft benoemd. Ook is voldoende aannemelijk dat zij die benoeming heeft aanvaard. Zij heeft de arbeidsovereenkomst ondertekend waarin zij als directeur-bestuurder is aangesteld, meegewerkt aan haar inschrijving als statutair bestuurder in het Handelsregister, zich in e-mails en andere stukken als bestuurder gepresenteerd en werkzaamheden verricht die behoren tot het domein van een statutair bestuurder, waaronder werkzaamheden op het gebied van governance, begroting en de vertegenwoordiging van werkgeefster bij een voorgenomen overname. Dat zij tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij op bepaalde momenten zelf heeft gedacht statutair bestuurder te zijn, bevestigt dit. Het is daarom voorshands aannemelijk dat zij statutair bestuurder is en niet uitsluitend werkneemster. De voorzieningenrechter komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de gevorderde wedertewerkstelling en loondoorbetaling. De vorderingen worden afgewezen. De directeur-bestuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
