Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Tatli Utrecht B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 8 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4505
Ontslag op staande voet omdat werkneemster op 31 januari 2026 vóór sluitingstijd rond 23.15 uur het werk heeft verlaten zonder dit te hebben gemeld en ook zonder dat zij hiervoor toestemming had.

Feiten

Werkneemster is sinds 12 of 13 november 2025 in dienst bij Tatli Utrecht B.V. (hierna: Tatli). Tatli houdt zich bezig met de verkoop van taarten. Op 2 februari 2026 is werkneemster op staande voet ontslagen omdat zij op 31 januari 2026 rond 23.15 uur het werk heeft verlaten zonder dit te hebben gemeld en ook zonder dat zij hiervoor toestemming had. Werkneemster verzoekt in deze procedure om vernietiging van het ontslag op staande voet en doorbetaling van haar loon. Volgens werkneemster klopt het dat zij op 31 januari 2026 het werk eerder heeft verlaten. Zij had kort daarvoor telefonisch contact waardoor zij emotioneel was geraakt en dat zij als bedreigend en intimiderend heeft ervaren. Uit de stukken en de toelichting tijdens de zitting is duidelijk geworden dat de winkel van Tatli tot middernacht geopend is en dat het tot aan sluitingstijd druk kan zijn in de winkel. Ook na sluitingstijd moeten er nog werkzaamheden worden gedaan in de winkel, zoals opruimen. Op 2 februari 2026 heeft er tussen partijen een gesprek plaatsgevonden en in dat gesprek heeft werkneemster haar excuses aangeboden en aangegeven dat ze uit emotie die avond is vertrokken. Tatli heeft desondanks besloten haar op staande voet te ontslaan.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat Tatli met een ontslag op staande voet te ver is gegaan. Werkneemster heeft weliswaar niet goed gehandeld door eerder van haar werk te vertrekken zonder toestemming en zonder dit te melden, maar dit gedrag rechtvaardigt geen ontslag op staande voet. Andere maatregelen waren passender geweest, zoals het geven van een waarschuwing. In het gesprek van 2 februari 2026 bleek dat werkneemster zich bewust was van het feit dat ze niet juist had gehandeld en heeft ze ook haar excuses aangeboden. De kantonrechter is daarom van oordeel dat er geen sprake is van een dringende reden. Het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt toegewezen. Partijen zijn het erover eens dat werkneemster in dienst is getreden bij Tatli op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van zeven maanden. Met een indiensttreding op 12 of 13 november 2025 betekent dit dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op 12 of 13 juni 2026. Tot deze periode heeft werkneemster dan ook recht op haar loon. Omdat de arbeidsovereenkomst in juni 2026 van rechtswege is geëindigd wordt het verzoek om wedertewerkstelling afgewezen.