Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 8 juli 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:4508
Tussenvonnis: geschil over reiskostenvergoeding, tankpas, vakantietoeslag en openstaande vakantie-uren. Onderbewindstelling.

Feiten

Werknemer is op 1 oktober 2023 bij werkgever in dienst gekomen als allround systeembeheerder voor 40 uur per week tegen een salaris van laatst € 2.700 bruto per maand. Werknemer ontving naast het salaris elke maand een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer van € 401,96 netto. Op 18 of 19 februari 2025 heeft werknemer een tankpas gekregen, waarvan hij gebruik heeft gemaakt. Werkgever heeft de tankpas op 18 juli 2025 geblokkeerd. Op 1 september 2025 is de arbeidsovereenkomst geëindigd. Werkgever heeft geen eindafrekening opgesteld. Werkgever heeft de reiskostenvergoeding voor juni 2025 ingehouden op het salaris van juli 2025, de reiskostenvergoeding voor juli 2025 en augustus 2025 niet betaald en de vakantietoeslag voor juli 2025 en augustus 2025 en de openstaande vakantie-uren niet uitbetaald. De bewindvoerder vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat werknemer de tankkosten en reiskostenvergoeding niet mag verrekenen met of mag inhouden op het loon waar werknemer recht op heeft en te bepalen dat werkgever de ingehouden en niet betaalde reiskosten, de achterstallige vakantietoeslag en de openstaande vakantie-uren aan werknemer moet betalen. Werkgever stelt niet gehouden te kunnen worden om zowel de tankkosten als de vergoeding voor woon-werkverkeer aan werknemer te betalen en vordert daarom € 2.811,67 aan door hem te veel betaalde reiskosten terug.

Oordeel

 De kantonrechter oordeelde als volgt. De tankkosten komen voor rekening van werkgever omdat werknemer een tankpas kreeg van de werkgever en die gebruikte vanaf februari 2025; werkgever stelde dat de tankpas alleen voor woon-werkverkeer bedoeld was, maar kon niet bewijzen dat hierover duidelijke afspraken waren gemaakt. Werkgever kan daarom de gemaakte tankkosten niet terugvorderen of verrekenen met het loon. De reiskostenvergoeding mag werkgever wel verrekenen omdat werknemer naast zijn salaris een maandelijkse reiskostenvergoeding van € 401,96 netto ontving en hij niet zowel de kosten van de tankpas als een volledige reiskostenvergoeding voor dezelfde woon-werkritten kan ontvangen. Daarom mag werkgever de reiskostenvergoeding over de periode waarin de tankpas beschikbaar was (vijf maanden) verrekenen. Werkgever moet de vakantietoeslag uitbetalen omdat die wel op de loonstrook stond, maar niet daadwerkelijk is uitbetaald. Het aantal openstaande vakantie-uren kan nog niet definitief worden vastgesteld. De kantonrechter stelt werkgever alsnog in de gelegenheid om de verlofadministratie aan te leveren.