Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 23 juni 2026
ECLI:NL:GHAMS:2026:1668
Feiten
Werknemer is op 5 april 2006 in dienst getreden bij een rechtsvoorganger van Tecforce. Vanaf 2011 was werknemer gedetacheerd bij de Nederlandse Aardolie Maatschappij (hierna: de NAM), met uitzondering van de maand augustus 2018 wegens detachering bij een andere inlener, en van 28 januari 2019 tot en met 29 januari 2020 wegens ziekte. De NAM heeft een ondernemings-cao (hierna: de NAM-cao), waarin onder meer bepalingen zijn opgenomen over functie-indeling, salarisschalen en individuele salarisverhogingen (merit). In februari 2022 heeft werknemer zich op grond van artikel 8 Waadi op het standpunt gesteld dat hij niet gelijk werd beloond ten opzichte van werknemers van de NAM in een gelijke of gelijkwaardige functie. Tecforce heeft aanvankelijk als uitgangspunt genomen dat werknemer werkzaam was als senior operation technician in salarisschaal 7 van de NAM-cao, maar heeft later aangevoerd dat deze functietitel administratief onjuist was en niet overeenkwam met de feitelijke werkzaamheden van werknemer. Volgens Tecforce bestonden die werkzaamheden uit die van kraandrijver, materiaalcoördinator en operator technician ter ondersteuning van de leidinggevende, behorend bij lagere salarisschalen. Werknemer vorderde vervolgens op grond van artikel 8 Waadi betaling van achterstallig salaris en toepassing van de arbeidsvoorwaarden zoals die volgens hem bij de NAM golden. In eerste aanleg oordeelde de kantonrechter onder meer dat werknemer vanaf februari 2017 ten minste als operational technician moest worden aangemerkt en vanaf februari 2022 als senior operational technician (SOT), waarna Tecforce werd veroordeeld het achterstallige loon overeenkomstig de betalingssystematiek van de NAM te voldoen.
Oordeel
Beide partijen zijn in hun grieven opgekomen tegen de oordelen van de kantonrechter over de vragen in welke salarisgroep werknemer vanaf februari 2017 moet worden ingedeeld en van welke PIR-percentages vanaf februari 2017 moet worden uitgegaan. Tecforce heeft ook gegriefd tegen het oordeel over de vraag of werknemer onbetaalde overuren heeft gemaakt.
Tecforce heeft aanvankelijk bij brief bevestigd dat werknemer werkzaam is in de functie van SOT en dat voor zijn vergelijkingsloon moet worden uitgegaan van SG7. In de loop van de discussie tussen partijen heeft Tecforce zich op het gewijzigd standpunt gesteld dat werknemer een combinatie had van de functies van crane operator (CO), storemanager en later ook (assistent/trainee) OT. Volgens Tecforce had werknemer daarom ingedeeld moeten worden eerst in SG10 en later in SG8. De door Tecforce opgegeven verklaring voor haar gewijzigd standpunt gaat niet op, want verklaart niet waarom de functie van werknemer dan niet ook is gelabeld met een functie in de schalen SG10 tot en met SG8. Gelet op het voorgaande wordt het ervoor gehouden dat de functie van werknemer op goede grond is gelabeld met een functie in SG7 en dat werknemer dus terecht in SG7 is ingedeeld.
Op basis van het dossier zoals dat thans voorligt, kan over het PIR-percentage niet verder worden beslist. De zaak zal voor de vaststelling en jaarlijkse stijging van dat percentage worden verwezen naar de rol voor aktes uitlating over de grondslagen: (1) de vraag op welk PIR-percentage werknemer in 2016 bij zijn indeling in SG7 door de NAM is ingeschaald en (2) de vraag met welke percentages het onder (1) bedoelde PIR-startpercentage jaarlijks had behoren te stijgen.
Werknemer heeft zich ter onderbouwing van zijn vordering op het standpunt gesteld dat het daarbij gaat om uren die de NAM-medewerkers niet hoeven te werken maar wel betaald krijgen; en dat een NAM-medewerker die desgevraagd die uren wel werkt daarvoor het overwerktarief van 165% ontvangt. De kantonrechter heeft beide onderdelen van dat standpunt als onweersproken voor juist gehouden. Tecforce heeft in haar grief dat standpunt niet alsnog weersproken zodat het onverminderd voor juist wordt gehouden. Dat standpunt kan op zichzelf de vordering dragen. De grief heeft geen succes.
