Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 9 juli 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6379
Feiten
Werknemer is per 1 september 2007 in dienst getreden bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI) in de functie van inrichtingsbeveiliger. Werknemer raakte betrokken bij een incident met een jeugdige gedetineerde. Tijdens dit incident hebben werknemer en zijn collega’s de gedetineerde op de grond onder controle gebracht en geboeid vanuit zijn slaapkamer naar de isolatiecel getransporteerd. De gedetineerde liep daarbij letsel op aan zijn gezicht en kaak en deed daarvan aangifte bij de politie. DJI heeft werknemer vervolgens geschorst en later vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van loon. Uit de verklaringen van getuigen en betrokkenen, de camerabeelden en de bevindingen van de forensisch arts is geen volledig eenduidig beeld van het incident naar voren gekomen. De officier van justitie heeft besloten werknemer niet strafrechtelijk te vervolgen wegens onvoldoende bewijs. In deze procedure verzoekt DJI primair de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de e-grond zonder toekenning van een transitievergoeding. Subsidiair volgt een beroep op de g-grond. Aan de verzoeken legt DJI ten grondslag dat werknemer niet gepast geweld heeft gebruikt tegen een jeugdige gedetineerde, zich escalerend heeft gedragen en niet naar waarheid heeft verklaard over zijn handelen. Werknemer verzet zich tegen de ontbinding en betwist met klem dat hij geweld heeft gebruikt. Hij wenst te worden toegelaten tot zijn werkzaamheden op straffe van een dwangsom. Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt werknemer subsidiair bij het bepalen van de einddatum van de arbeidsovereenkomst rekening te houden met de opzegtermijn zonder aftrek van de proceduretijd, betaling van de transitievergoeding en een billijke vergoeding van € 515.000. Ook verzoekt werknemer een integrale proceskostenvergoeding.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Met het verwijt dat werknemer niet gepast geweld heeft gebruikt, doelt DJI op een vuist of elleboog die de gedetineerde, naar eigen zeggen, tegen zijn gezicht heeft gekregen. Of het door werknemer gecontroleerd fixeren van de gedetineerde valt onder de definitie van (ongepast) geweld blijft, gelet op hetgeen DJI in deze procedure naar voren heeft gebracht, echter buiten discussie. Volgens de kantonrechter blijkt op geen enkele manier dat werknemer een elleboog of vuistslag in het gezicht heeft gegeven. De kantonrechter acht ook van groot belang dat het Openbaar Ministerie werknemer niet strafrechtelijk heeft vervolgd. Van het toepassen van niet gepast geweld is daarom geen sprake. DJI spreekt daarnaast op basis van de camerabeelden van intimidatie en escalerend gedrag, maar het oordeel van de kantonrechter past deze kwalificatie niet bij hetgeen op de beelden te zien is. Van het niet naar waarheid verklaren is daarnaast evenmin sprake. Hoewel de verklaring van werknemer inconsistenties bevat, kunnen waarnemingen onjuist worden geïnterpreteerd. Er zijn vele beperkingen van het menselijk geheugen die maken dat ook een eerlijke en oprechte getuige onjuiste herinneringen ophaalt. DJI heeft dan ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat werknemer de waarheid niet heeft gesproken. Voor een ontbinding op grond van een verstoorde arbeidsverhouding is nodig dat er niet alleen sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, maar ook dat die zodanig en duurzaam is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Van dit laatste is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. De conclusie is dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden, nu daarvoor geen redelijke grond bestaat. De kantonrechter wijst de gevorderde wedertewerkstelling toe onder toekenning van een dwangsom. DJI krijgt weliswaar geheel ongelijk, maar de hoge lat die wordt aangelegd om van misbruik van procesrecht te kunnen spreken, wordt niet gehaald. Een integrale vergoeding van kosten van rechtsbijstand wordt daarom afgewezen. DJI wordt conform het liquidatietarief in de proceskosten veroordeeld.
