Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Dienstverlening Serviceflats
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 29 januari 2018
ECLI:NL:RBAMS:2018:405
Overgang van onderneming. Verplichting tot voortzetting pensioenregeling bij PFZW.

Feiten

Werknemer is op 1 februari 1994 als receptionist in dienst getreden bij Cordaan. Per 1 maart 2012 zijn de receptie- en alarmeringsdiensten in het wooncentrum waar werknemer werkzaam was overgegaan naar SDS, waarna de werkzaamheden direct zijn ondergebracht bij SES De Drecht. Werknemer is zijn werkzaamheden ongewijzigd blijven verrichten. Bij Cordaan nam werknemer verplicht deel aan de pensioenregeling van Pensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). Na de overgang van onderneming is zijn deelname aan deze pensioenregeling beëindigd, omdat SES De Drecht niet was aangesloten bij PFZW. Hoewel vrijwillige aansluiting bij PFZW mogelijk was, hebben SDS en SES De Drecht daarvan geen gebruik gemaakt. Werknemer vordert onder meer dat SES De Drecht zich alsnog aansluit bij PFZW, vergoeding van de hierdoor geleden pensioenschade en betaling van achterstallig loon en vakantiebijslag. SDS en SES De Drecht betwisten dat zij verplicht zijn werknemer bij PFZW aan te sluiten en voeren aan dat geen verplichting bestaat tot voortzetting van de pensioenregeling.

Oordeel 

De kantonrechter oordeelt als volgt. Per 1 maart 2012 heeft een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW plaatsgevonden. De rechten en verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, waaronder de verplichting tot voortzetting van de pensioenregeling bij PFZW, zijn daardoor op de verkrijger overgegaan. Nu geen van de uitzonderingen van artikel 7:664 BW van toepassing is, diende de pensioenopbouw van werknemer ononderbroken te worden voortgezet. Daarnaast is tussen werknemer en SES De Drecht een arbeidsovereenkomst tot stand gekomen waarop de cao VVT van toepassing is. Op grond daarvan rustte ook op SES De Drecht de verplichting ervoor zorg te dragen dat werknemer bleef deelnemen aan de pensioenregeling van PFZW. SES De Drecht wordt daarom veroordeeld zich vrijwillig bij PFZW aan te sluiten en werknemer als deelnemer aan te melden. Omdat de pensioenopbouw vanaf 1 maart 2012 niet is voortgezet, zijn SDS en SES De Drecht hoofdelijk aansprakelijk voor de daardoor geleden pensioenschade. Ook de vorderingen tot betaling van achterstallig loon, vakantiebijslag, wettelijke verhoging en wettelijke rente jegens SES De Drecht worden toegewezen.