Rechtspraak
Feiten
Werknemer is in 2011 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van medewerker cafébedrijf, tegen een uurloon van € 12 bruto. Hij is in 2017 uitgevallen voor zijn werk door een burn-out. In april 2018 heeft werknemer aan werkgeefster bericht dat hem te weinig loon is betaald. Het dienstverband is op 1 november 2018 geëindigd. Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Koninklijke Horeca Nederland (hierna: de cao) van toepassing. Voor zover in cassatie van belang vordert werknemer in deze procedure van werkgeefster betaling van gewerkte, maar niet betaalde overuren. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen op de grond dat werknemer onvoldoende had gesteld om tot bewijs te worden toegelaten. Ook het hof heeft de vordering van werknemer afgewezen. Hieraan heeft het hof ten grondslag gelegd dat werknemer niet binnen bekwame tijd heeft geklaagd dat betaling van gewerkte overuren uitbleef (art. 6:89 BW). In dit geval had het naar het oordeel van het hof op de weg van werknemer gelegen om tijdig, dat wil zeggen vanaf het moment dat hij op zijn loonstrook kon zien dat niet alle – volgens hem – gewerkte overuren werden uitbetaald, te klagen over het uitblijven van betaling hiervan. Werknemer heeft dit naar het oordeel van het hof echter verzuimd. Werknemer heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Oordeel
Het Hof Den Haag beoordeelde de zaak opnieuw, met inachtneming van de aanwijzingen van de Hoge Raad, maar kwam opnieuw tot dezelfde conclusie: werknemer heeft niet binnen bekwame tijd geklaagd. Werknemer wist al jarenlang dat overuren volgens de cao moesten worden gecompenseerd of betaald. De gestelde overuren waren niet incidenteel maar structureel (ongeveer 13 uur per week). Werknemer klaagde pas in april 2018 formeel over de niet-betaalde overuren. De stelling van werknemer dat hij niet eerder durfde te klagen vond het hof onvoldoende geloofwaardig, omdat uit zijn eigen stukken bleek dat hij en collega's juist regelmatig over de uren discussieerden met werkgeefster. Volgens het hof heeft het late klagen werkgeefster een belangrijk nadeel bezorgd. Als eerder was geklaagd, had werkgeefster de overuren kunnen compenseren met vrije tijd zoals de cao voorschrijft. Ook had de werkgeefster de werkzaamheden anders kunnen organiseren om structureel overwerk te voorkomen.
