Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Networking4all B.V.
Rechtbank Gelderland, 21 april 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:5270
Incident op grond van artikel 195 Rv afgewezen. De verzoeken tot inzage van gegevens zijn onvoldoende bepaalbaar. Het pas tijdens de mondelinge behandeling aanvullen van de verzoeken is te laat en in strijd met de goede procesorde.

Feiten

Werknemer is werkzaam bij Networking4all B.V. (hierna: Networking4all). Op 9 februari 2026 is hij geschorst en op non-actief gesteld, waarbij tevens zijn toegang tot bestanden en e-mail is geblokkeerd. Mede als gevolg daarvan heeft werknemer een incidentele vordering op grond van artikel 195 Rv ingesteld. Ter verdediging van het in de hoofdzaak door Networking4all ingestelde verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzoekt hij afgifte van diverse gegevens. Networking4all voert aan dat de verzoeken in het incident moeten worden afgewezen bij gebrek aan belang en omdat de gevraagde stukken onvoldoende gespecificeerd zijn. Pas tijdens de mondelinge behandeling heeft werknemer zijn verzoeken nader toegelicht.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. In artikel 195 Rv is bepaald dat een partij aan de rechter kan verzoeken om de wederpartij te bevelen inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens te verstrekken. Voor toewijzing van zo’n verzoek moet aan de vereisten uit artikel 194 Rv worden voldaan. Degene die informatie van een ander verlangt moet (i) partij zijn bij een rechtsbetrekking en (ii) de verlangde informatie moet voldoende bepaald zijn. Verder moet (iii) een partij een voldoende belang hebben bij haar informatieverzoek en moet (iv) degene van wie inzage wordt verlangd over de gevraagde informatie beschikken. Werknemer heeft bij zijn verzoek niet, althans onvoldoende concreet, vermeld waarom juist die informatie relevant is voor hem. Hij heeft zijn informatieverzoek daarnaast onvoldoende nauwkeurig afgebakend. Ook is niet duidelijk dat de verlangde informatie is opgenomen in de stukken waarvan hij afgifte vordert en waar deze informatie precies te vinden is. Het toewijzen van de verzoeken zou er mogelijk toe kunnen leiden dat werknemer een grote hoeveelheid informatie krijgt waarop hij geen recht heeft em waarbij hij geen belang heeft. Niet is duidelijk waarom werknemer tot de mondelinge behandeling heeft gewacht met het specificeren van zijn verzoek. Verder heeft Networking4all tijdens de mondelinge behandeling onweersproken aangevoerd dat zij door deze handelswijze wordt belemmerd in de mogelijkheden om zich tegen de verzoeken te verweren. Onder die omstandigheden acht de kantonrechter de aanvulling van werknemer op zijn verzoeken tijdens de mondelinge behandeling te laat en in strijd met de eisen van een goede procesorde, omdat hierdoor een doelmatige en voortvarende rechtspleging wordt ondermijnd. De kantonrechter wijst de in het incident ingebrachte verzoeken af en veroordeelt werknemer in de proceskosten. In de hoofdzaak beveelt de kantonrechter een mondelinge behandeling en houdt iedere verdere beslissing aan.