Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Schiphol Airport Retail B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 3 april 2026
ECLI:NL:RBNHO:2026:4153
Niet verlengen tijdelijke arbeidsovereenkomst gebaseerd op duurzaam verstoorde arbeidsverhouding en niet op feit dat werkneemster klacht had ingediend. Geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen werkgever.

Feiten

Werkneemster is op 1 augustus 2024 bij Schiphol Airport Retail B.V. (hierna: SAR) in dienst getreden als verkoopmedewerkster. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd met een looptijd (na verlenging) tot 28 februari 2026. Op 7 februari 2025 heeft in een van de winkels van SAR een incident plaatsgevonden tussen werkneemster en de winkelmanager. Op 14 februari 2025 heeft werkneemster een klacht ingediend bij de HR-afdeling van SAR over het voorval. Zij gaf daarin aan zich geïntimideerd en niet veilig te voelen door het gedrag van de winkelmanager. SAR heeft diezelfde dag bevestigd dat de klachtenprocedure zou worden gevolgd en werkneemster uitgenodigd voor een gesprek op 18 februari 2025. Op 19 februari 2025 heeft werkneemster aan SAR geschreven dat zij zich in haar klacht niet serieus genomen voelt. Op 27 maart 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden waarbij de klacht van werkneemster uitvoerig is besproken. Na de hoorzitting is discussie ontstaan over de verslaglegging ervan. Op 25 april 2025 heeft werkneemster haar eigen versie van het gespreksverslag met SAR gedeeld. Op 12 mei 2025 heeft SAR mediation voorgesteld en heeft zij werkneemster tijdelijk vrijgesteld van werkzaamheden. Op 21 mei 2025 heeft werkneemster aangegeven dat zij graag haar werkzaamheden wil hervatten en heeft zij haar klacht ingetrokken. SAR heeft de intrekking van de klacht bevestigd en aangegeven dat de winkelmanager per 1 juni 2025 uit dienst zou treden. Op 13 augustus 2025 heeft SAR het einde van de arbeidsovereenkomst per 28 februari 2026 aangezegd. Werkneemster verzoekt de kantonrechter te oordelen dat sprake is van een constructief ontslag veroorzaakt door ernstig verwijtbaar handelen van SAR en SAR te veroordelen tot betaling van € 35.000 bruto, bestaande uit de transitievergoeding, een billijke vergoeding, schadevergoeding wegens psychisch letsel, vergoeding voor misgelopen inkomsten en overige schade. SAR betwist dat zij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en stelt dat het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst is gebaseerd op de duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Hoewel SAR de roosters van werkneemster en de winkelmanager beter had kunnen afstemmen om verdere confrontaties op de werkvloer te voorkomen en het voor de hand had gelegen dat SAR de camerabeelden had bewaard, kan het nalaten daarvan niet als ernstig verwijtbaar worden aangemerkt. Ook kan hieruit niet de conclusie worden getrokken dat SAR de klacht niet serieus heeft genomen en/of de aanzet heeft gegeven voor de verdere gebeurtenissen die uiteindelijk hebben geleid tot het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. Integendeel, de manier waarop werkneemster vervolgens met de situatie is omgesprongen lijkt eerder de kern te zijn van de verstoring van de arbeidsverhouding die vervolgens is ontstaan. Zij heeft herhaaldelijk aangegeven geen vertrouwen (meer) te hebben in SAR. Ook is zij SAR steeds meer verwijten gaan maken, zoals het verwijt dat vertrouwelijke informatie over de klacht met derden zou zijn gedeeld. Deze beschuldiging heeft werkneemster echter op geen enkele wijze onderbouwd. Het wederzijds vertrouwen is ernstig onder druk komen te staan. Na de vrijstelling van werkzaamheden, bedoeld om rust in te bouwen, zijn de verhoudingen tussen partijen alleen maar verslechterd. Werkneemster is steeds meer verwijten aan SAR gaan uiten, waarbij haar toon scherper werd, en zij gaf aan geen heil te zien in mediation. Ook in een gesprek met de directie van SAR op 11 juli 2025 heeft werkneemster aangegeven geen vertrouwen meer te hebben in de organisatie. Al met al acht de kantonrechter het voldoende aannemelijk dat het besluit van SAR om de tijdelijke arbeidsovereenkomst niet te verlengen is gebaseerd op het feit dat de arbeidsrelatie inmiddels duurzaam was vastgelopen en dus niet op het feit dat werkneemster een klacht had ingediend. Niet is gebleken dat de verslechterde verhouding SAR ernstig valt aan te rekenen. Werkneemster heeft (alleen) recht op de transitievergoeding.