Naar boven ↑

Rechtspraak

Limburg Bewind B.V./werkgever
Rechtbank Limburg (Locatie Roermond), 8 april 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:2870
Bevoegdheid tot aangaan vaststellingsovereenkomst ter beƫindiging arbeidsovereenkomst, ligt bij bewindvoerder van onderbewindgestelde werknemer. Vaststellingsovereenkomst is op goede gronden buiten rechte vernietigd.

Feiten

Werkneemster is sinds 13 juli 2020 in dienst van werkgever als all round medewerkster. Sinds 4 oktober 2022 is werkneemster arbeidsongeschikt. Limburg Bewind is per 1 maart 2024 tot bewindvoerder van werkneemster benoemd. In een WhatsApp-bericht van 20 september 2024 aan de moeder van werkneemster heeft werkgever medegedeeld dat de arbeidsovereenkomst na twee jaar arbeidsongeschiktheid eindigt en de formele afhandeling daarvan of via het UWV gaat of via een vaststellingsovereenkomst. Alleen in het laatste geval bestaat recht op de transitievergoeding, aldus werkgever. Op 4 oktober 2024 heeft werkgever de vaststellingsovereenkomst naar werkneemster gestuurd. Daarin is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2024 eindigt. Werkneemster heeft dit ondertekend. Het UWV heeft bij beslissing van 20 november 2024 aan werkgever een loonsanctie opgelegd vanwege het niet voldoen aan zijn re-integratieverplichtingen. Werkgever dient het loon door te betalen tot 12 december 2025. Op 8 april 2025 heeft werkneemster, via haar gemachtigde, de overeenkomst buitengerechtelijk vernietigd. Per 12 december 2025 is werkneemster een WIA-uitkering verleend met een ongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Behalve de transitievergoeding heeft werkgever sinds 1 oktober 2024 niets meer aan loon betaald aan werkneemster. Het geschil tussen partijen draait om de vraag of de vaststellingsovereenkomst geldig is gesloten. Limburg Bewind stelt dat dat niet het geval is, omdat de vaststellingsovereenkomst is aangegaan met werkneemster zelf en niet met de daartoe bevoegde entiteit Limburg Bewind.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De vaststellingsovereenkomst is niet rechtsgeldig gesloten, omdat deze niet is aangegaan met de tot het sluiten ervan bevoegde bewindvoerder. De overeenkomst is daarom vernietigbaar. De vaststellingsovereenkomst is op 8 april 2025 door de gemachtigde van werkneemster, mede namens de bewindvoerder, vernietigd. Nu in casu de vaststellingsovereenkomst is gesloten met een onbevoegde persoon, en er geen gronden zijn die maken dat die onbevoegdheid niet aan werkgever zou mogen worden tegengeworpen, is die vaststellingsovereenkomst op juiste gronden buiten rechte vernietigd. De arbeidsovereenkomst is dan ook niet per 1 oktober 2024 geëindigd. Het gevolg daarvan is dat werkgever ook na die datum nog steeds loon verschuldigd is aan werkneemster, tot de loondoorbetalingsperiode eindigt. De kantonrechter verklaart voor recht dat de arbeidsovereenkomst na 1 oktober 2024 is blijven voorbestaan en veroordeelt werkgever tot betaling van achterstallig salaris.