Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 18 juni 2026
ECLI:NL:RBMNE:2026:3529
Als overeenkomst van opdracht aangeduide zorgovereenkomst kan, gelet op de feitelijke uitvoering, toch als arbeidsovereenkomst kwalificeren. Beƫindiging tijdens ziekte zonder ondubbelzinnige instemming van de werknemer niet rechtsgeldig.

Feiten
Werknemer is op 21 oktober 2021 als persoonlijk individueel begeleider werkzaamheden gaan verrichten voor werkgever op basis van een als zorgovereenkomst aangeduide overeenkomst. Hij werkte 25 uur per week en ontving een brutomaandloon van € 2.829. In december 2025 meldde Hij zich ziek. Kort daarna ontving hij bericht van het Zorgkantoor dat de zorgovereenkomst per 1 december 2025 was beëindigd. Werknemer stelde dat feitelijk sprake was van een arbeidsovereenkomst en verzocht vernietiging van de opzegging, omdat hij nooit met beëindiging had ingestemd. Werkgever voerde aan dat er sprake was van een overeenkomst van opdracht en dat werknemer zelf had aangegeven te willen stoppen.

Oordeel
De kantonrechter oordeelt dat de zorgovereenkomst, ondanks de benaming, kwalificeert als een arbeidsovereenkomst. Doorslaggevend is dat werknemer structureel persoonlijk arbeid verrichtte, loon ontving en er sprake was van een gezagsverhouding. De opzegging is vervolgens niet rechtsgeldig, omdat er geen dringende reden bestond, niet is gebleken van een ondubbelzinnige instemming van werknemer met beëindiging en bovendien het opzegverbod tijdens ziekte gold. De opzegging wordt vernietigd. Werknemer behoudt daarom recht op loon, maar de loonvordering wordt op grond van artikel 7:680a BW gematigd tot drie maanden.