Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Kwadrant/werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 24 juni 2026
ECLI:NL:RBNNE:2026:2457
Ontbinding wegens ernstig verwijtbaar handelen. Werknemer heeft als spin in het web van frauduleuze handelingen, in de vorm van spookfacturen, ten nadele van Kwadrant een aanzienlijk bedrag aan zorggeld onttrokken.

Feiten

Werknemer is per 1 december 2023 in dienst getreden bij Stichting Kwadrant (hierna: Kwadrant). Hij was werkzaam op de ICT-afdeling en hield zich bezig met de implementatie van het softwaresysteem AFAS. Begin 2026 heeft Kwadrant vastgesteld dat er een forse kostenoverschrijding had plaatsgevonden op de begroting van ICT. De omschrijvingen op de facturen gaven aan dat het om ICT-gerelateerde werkzaamheden ging. Het vermoeden bestond dat het om spookfacturen ging. Daarop heeft Kwadrant bedrijfsrecherche ingeschakeld. Nadat werknemer door zijn leidinggevende was bevraagd over de onregelmatigheden omtrent de facturatie, heeft hij zich ziekgemeld en was hij onbereikbaar. De onderzoeksresultaten van de bedrijfsrecherche wijzen er uiteindelijk op dat werknemer op onrechtmatige wijze geld aan Kwadrant heeft onttrokken. Kwadrant heeft daartoe conservatoir derdenbeslag doen leggen onder een viertal bankrekeningen van werknemer en heeft aangifte bij de politie gedaan tegen werknemer. Kwadrant verzoekt de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen met onmiddellijke ingang te ontbinden zonder toekenning van de transitievergoeding. Aanvullend verzoekt Kwadrant werknemer te veroordelen tot schadevergoeding en de kosten van de procedure. Werknemer verweert zich tegen de verzochte ontbinding. Het opzegverbod tijdens ziekte zou aan het ontbindingsverzoek in de weg staan. Verder wordt betwist dat werknemer enige betrokkenheid zou hebben gehad bij de verzending van valse facturen.  Werknemer betwist de verschuldigdheid van enige schadevergoeding, primair omdat de grondslag voor aansprakelijkheid zou ontbreken, subsidiair omdat de schadevordering te complex zou zijn om als nevenverzoek te kunnen worden behandeld. Werknemer verzoekt loon(door)betaling en wedertewerkstelling bij herstel.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het opzegverbod tijdens ziekte staat niet in de weg aan ontbinding, omdat het frauduleus handelen en het frustreren van onderzoek geen verband houdt met de ziekte van werknemer. Kwadrant heeft haar stelling dat werknemer als spin in het web van de geconstateerde fraude moet worden beschouwd, onderbouwd met in het geding gebrachte Whatsapp- en Signalcorrespondentie en zijn bankafschriften. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn deze gedragingen zodanig verwijtbaar dat van Kwadrant in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Naar het oordeel van de kantonrechter kwalificeert het handelen van werknemer niet alleen als ernstig verwijtbaar maar tevens als onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. Nu de schade verband houdt met de (beëindiging van de) arbeidsovereenkomst kan de verzochte schadevergoeding ingevolge artikel 7:686a lid 3 BW als nevenverzoek worden behandeld en worden toegewezen voor een bedrag van € 121.496,87. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld. Het (voorwaardelijk) tegenverzoek van werknemer om een transitie- en billijke vergoeding toe te kennen wordt afgewezen. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om het tegenverzoek tot loonbetaling van werknemer te honoreren. Kwadrant wordt daarom in de proceskosten van het tegenverzoek veroordeeld, tot op heden vastgesteld op nihil. Hetgeen Kwadrant nog aan werknemer verschuldigd is, mag zij verrekenen met haar opeisbare vordering.