Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 juni 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:6375
Feiten
Een voormalig uitzendkracht (hierna: eiser) van de gemeente Amstelveen heeft in 1997 een bedrijfsongeval gehad waarbij hij ernstig gewond is geraakt, met als gevolg volledige arbeidsongeschiktheid. De gemeente erkende destijds een gedeeltelijke aansprakelijkheid en heeft een aantal schadeposten vergoed. In 2024 ontstond alsnog discussie over de vraag of de gemeente gehouden was tot volledige schadevergoeding. De gemeente stelt zich op het standpunt dat andere schadeposten dan die zijn vergoed, zijn verjaard. Eiser vordert in de hoofdzaak dat de rechtbank bij tussenvonnis bepaalt dat zijn vordering op de gemeente vanwege het arbeidsongeval van 26 september 1997 is verjaard of niet is verjaard en vervolgens voor recht verklaart (1) dat als de vordering van eiser op de gemeente is verjaard, de gemeente aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het arbeidsongeval in 1997 en tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding en (2) als de vordering niet is verjaard, de gemeente, die de aansprakelijkheid voor de schade van eiser heeft erkend, gehouden is de schade van eiser te vergoeden en een voorschot op de schadevergoeding moet betralen, (3) verwijzing naar de schadestaatprocedure. De gemeente vordert in incident dat eiser wordt veroordeeld tot afgifte van en subsidiair tot inzage in alle correspondentie tussen (de vertegenwoordiger van) eiser en (de vertegenwoordiger van) de gemeente. Eiser vordert in incident ook dat de gemeente wordt veroordeeld tot afgifte van en/of inzage in alle correspondentie.
Oordeel
In incident en hoofdzaak
Een partij heeft via artikel 194 in samenhang met artikel 195 Rv de mogelijkheid om via de rechter inzage van bepaalde gegevens te vorderen. Het recht op inzage daarvan komt toe aan (a) een partij bij een rechtsbetrekking, als die partij (b) daarbij voldoende belang heeft. De wederpartij is niet verplicht tot het geven van inzage als zij een beroep kan doen op een verschoningsrecht of als gewichtige redenen daaraan in de weg staan. De rechtbank volgt eiser in zijn verweer dat de gemeente geen belang heeft bij zijn inzagevordering van het dossier als geheel. Eiser heeft de gemeente al een digitale kopie verstrekt van de relevante correspondentie en voor zover de gemeente meent dat dit niet compleet is, kan zij het dossier dat aanwezig is bij de advocaat van eiser inzien. Daarvoor heeft de gemeente geen gerechtelijk bevel nodig.
De conclusie is dat de vordering van de gemeente tot inzage door eiser wordt toegewezen in die zin dat inzage moet worden verschaft in het dossier en dat hem afschrift moet worden verstrekt van de halfjaarlijkse brieven van de gemeente aan eiser zelf, als deze in het dossier worden aangetroffen en van eventuele andere stukken die de gemeente relevant acht en die niet reeds elektronisch zijn verstrekt. De gemeente dient een afschrift afschriften te verstrekken van alle correspondentie die door de gemeente rechtstreeks aan eiser zelf is verzonden, zonder afschrift aan zijn advocaat, vanaf 15 december 2003, omdat de gemeente zich op het standpunt stelt dat vanaf die datum de verjaring is gaan lopen. In de hoofdzaak (verjaring of niet) wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
